Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Kanovierdaagse Overijssel

23 maart 2006

Kanovierdaagse Overijssel

Eigenlijk heb je niet meer nodig dan een kano met je spullen erin. Eten, drinken, tent, slaapzak en kleren. Hoe langer je onderweg bent, hoe beter alles blijkt te passen. En je komt er achter wat je allemaal niet nodig hebt.

De kanovierdaagse van Overijssel was voor mij een test: passen al mijn spullen in een kano? Een test in de loods wees uit dat het kon. Maar bij het tillen van de boot knikte deze lichtjes. Ik besloot derhalve de eerste twee dagen een gedeelte van mijn bagage met de meereizende trailer mee te geven. De laatste twee dagen laadde ik alles in de boot, wat steeds beter ging omdat mijn voedselvoorraad afnam. Deze was nogal overdadig, met gemak had ik nog vier dagen noedels, bami en mueslirepen kunnen eten.
Het weer tijdens deze vierdaagse aan het begin van de maand mei werkte niet mee, maar ook dit was een test: hou je het vol in minder gunstige omstandigheden? De omstandigheden waren kou, wind en regen. We hielden het vol, soms bibberend en klappertandend, soms genietend van de pijpestelen die opsprongen in de Weerribben en de Wieden. Een voordeel was de relatieve stilte in de natuurgebieden die in zonniger omstandigheden waarschijnlijk overspoeld worden met toeristen in kano's en fluisterboten. Nu kwamen we af en toe een halfverzopen groepje peddelaars tegen en dat mocht de pret niet drukken.

Met z'n vieren peddelden we gedurende vier dagen van camping naar camping: Peter Winter, zijn vriendin Jeannet, Natascha Nachbar en ondergetekende. Natascha en Peter gaven gedurende deze dagen blijk van een fenomenale kennis van de natuur en alles wat daarin zwemt, vliegt, groeit en bloeit. Elke vliegbeweging werd nauwkeurig gevolgd en verklaard. Geen buizerd, kiekendief, grutto, wulp of rietzanger ontsnapte aan onze scherpe ogen. Vol aandacht namen wij de onderwaterwereld in ons op, en verbaasden ons over de grote hoeveelheden krabbescheer die onder de oppervlakte dreven. In cafe's kwamen gesprekken op gang over het ontstaan en de bewegingen van het Oerij, de verplaatsing van zandwallen, de oorzaken van luchtstromingen en daarmee gepaard gaande windrichtingen en klimatologische veranderingen. Af en toe probeerde ik een duit in het zakje te doen door bijvoorbeeld te roepen dat er een wutto overvloog en dat deze zeldzame vogelsoort het resultaat was van een grutto- en een wulpenechtpaar dat naar een parenclub was geweest.

Een defect aan de scheg van de kano van Jeannet noopte ons op de tweede dag om haar bootje aan de sleeplijn te leggen en deze met windkracht 5/6 over een meer te slepen. Tijdens de daaropvolgende lunchpauze konden we de losgeschoten scheg weer in zijn behuizing manouvreren, zodat de kano niet meer steeds de neiging had de rietoevers in te duiken, hetgeen het varen een stuk gemakkelijker maakte.
De langdurige regen op de derde dag zorgde ervoor dat zelfs ik in neopreen longjohn en zuidwester op het hoofd het uiteindelijk koud kreeg. Na het middaguur schuilden we in een cafe en deden ons tegoed aan patatten, kroketten en omeletten. En het bleef maar regenen. Niettemin maakten we een aantal omwegen om de wateren met de illustere benamingen “Het Vaargat van Tietema” en “t Hoerekind” te bevaren. Deze benamingen leidden echter nogal eens tot spraakverwarringen, zodat we ons soms afvroegen waar we nu aan het varen waren: in het “Tietengat van 't Hoerekind”, het “Hoerengat van het Tietenkind” en zo voort en zo verder. Gelukkig leidde navigatrice en uitmuntend kaartleester Natascha ons immer naar de juiste wateren en de mooiste plekken. We zijn eigenlijk nooit een verkeerd slootje ingevaren, althans niet op aanwijzing van Natascha.

Op de avond van de derde dag kleumden wij met de andere deelnemers aan de trektocht rond de barbecue op de winderige camping “Tussen de Diepen”. Elke camping die wij aandeden rekende 50 cent voor een warme douche van een paar minuten, hetegeen vaak vervelend is als je een dag lang in de kou hebt gekanood of de douche na inwerping van een muntje koud blijft. Was het warmer geweest dan hadden we in de vaart kunnen springen met een stuk zeep, maar dat lieten wij nu wijselijk na.
De weersvoorspelling voor de vierde dag (windkracht 5/6, 80% neerslag, donder en bliksem) noopte ons tot voorzichtigheid omdat we op een of ander manier de Beulaker Wijde moesten oversteken. We besloten vroeg (9.15 uur) te vertrekken en ondanks de soms donkergrijze dreiging van het wolkendek en de strakke wind bleek de overtocht goed te doen. Het werd zelfs een van de zonnigste dagen van deze vierdaagse. In de historie van dit inmiddels dertigjarige evenement was het weer nog nooit zo slecht geweest wisten de organisatoren bij terugkomst te melden. Veel deelnemers, vooral die met kleine kinderen, hadden de vierdaagse derhalve vroegtijdig beeindigd.

Toen wij terugkwamen waar wij begonnen waren, in het stadje Zwartsluis, werden wij verwelkomd door Rein en Janneke die aan het vaste kamp hadden deelgenomen, vanwaaruit zij dagelijkse kanotochten hadden ondernomen. Ondanks de weersomstandigheden hadden ook zij genoten van de vaarmogelijkheden in Overijssel. Alles was vlotjes verlopen, onze tenten waren niet weggewaaid en we hadden de ontberingen goed doorstaan. Na de boten in de bus van Rein geladen te hebben wilden we de terugtocht naar Uitgeest aanvaarden, maar hiervoor hadden we toch de hulp nodig van de diesel van de organisatrice, omdat de accu van de bus was leeggelopen door een te lang openstaande deur. Eenmaal in Uitgeest werden we opgehouden door de plaatselijke Chinees die de moederdagdrukte zo slecht aankon dat we pas na twee uur ons bestelde eten kregen geserveerd. Niet meer doen dus, uit eten gaan op moederdag, maar lekker zelf een potje koken voor moeder. Is een stuk sneller.

Naast veel wind en regen hadden we voornamelijk veel lol en gezelligheid. De vierdaagse van Overijssel is me uitstekend bevallen. Bij deze bedank ik mijn tochtgenoten voor deze geweldige vierdaagse