Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Het Rijnweekeind - liftend door Nederland. / 19 t/m 21 sept. 2014

Kajakkers komen in soorten.  Zo heb je de vlakwaterkajakkers. Met zuigende  modder aan hun kiel worstelen zij door het land. Als palingen kronkelen ze van sloot naar sloot. Dat zijn eigenlijk de bikkels van de kanosport. Aan het andere einde van het spectrum heb je de zeekajakkers. Zij gaan pas te water na consultatie van sterrenwichelaars. Gegangmaakt door de getijdenwerking kajakken zij ontspannen naar paal 9 waar zij uren op het strand liggen te dommelen voordat miljoenen tonnen zeewater van richting omkeren en zij naar huis teruggespoeld worden. Makkelijk zat. Ergens daar tussenin heb je de rivierkajakker. Een rivierkajakker kan weliswaar met de stroom mee, maar moet ook een keer terug. Na het volbrengen van de loodzware jubileumvlakwatertocht, waar de dienstdoende sluiswachter aan de Meldijk de tocht nog zwaarder maakte doordat hij slechts één sluisdeur tegelijk open wilde zetten, was ik bij mijn aanmelding voor het Rivierenweekeind dus op mijn hoede toen gemeld werd dat we (Rob, Annet, Henk en ik) dit keer de Rijn op (?)zouden gaan varen.

We zouden op de Waal bij Nijmegen beginnen en dan via Arnhem richting Rotterdam gaan, dus meters naar beneden. En we zouden niet meer terug gaan, want we zouden met auto’s heen en weer (op en neer dus) gaan rijden. We moesten alleen eerst een stukje stroomopwaarts kajakken, maar dat zou de glijbaan naar beneden alleen maar verlengen! Eerst gingen we wild kamperen, bij Gendt aan de Waal. Wild kamperen is aan strikte regels gebonden, want het is verboden. Je kiest een strandje en je maakt een soort verdedigingswal van de kajaks onder de bomen. Dat is tegen de koeien. Vervolgens plaats je de tentjes zo dat niemand ze vanaf de langsvarende kolossen kan zien en je maakt daarna een groot kampvuur waarmee je iedereen verblindt. En bij het zwemmen hou je je zwembroek droog, want wat moet je met een natte zwembroek. Maar het is natuurlijk onwijs leuk om het vuur heen met veel worstjes, toastjes en diverse alcoholische drankjes door elkaar heen.
De volgende dag beloofde veel goeds, maar het begon erg mistig dus na nogmaals de zwembroek droog gehouden te hebben gingen we laat van start en bovendien kwamen Rene en Tiny ook nog opduiken. Je kunt de bocht naar het Pannerdensch Kanaal ruim nemen, maar ook erg krap. Lekker vechten door de staande golven heen het hoekje om.
In dit kanaal staat geen stroming. Soms wel tegenwind. Gelukkig gingen  we door dit kanaal heen naar een andere rivier, de Nederrijn. Nou kom ik uit Noord-Holland, maar ik weet dat er rivieren zijn die echt stromen. Als er ooit Kanninefaten (of Bataven) de Rijn afgezakt zijn dan zijn ze hier linksaf geslagen, de Waal op, en niet door dit kanaal. Dat weet ik heel zeker.
In Arnhem aangekomen was het gezellig. De 70e verjaardag van Market Garden werd gevierd met originele Jeeps, tanks en propellervliegtuigen. Door de gezelligheid gingen wij wat te laat weg. Voor het eerst zagen wij zware bewolking opkomen. ’s Ochtends hadden wij al een website bekeken die melding maakte van “opklaringen en wegtrekkende buien”. Als je in Castricum woont besluit je dan een lekkere strandwandeling te gaan maken. Wij genoten dan ook van de gitzwarte bewolking die lekker om ons heen aan het wegtrekken was. Maar niet voor lang. De hele middag was er geen houden meer aan. Slagregens en flitsen om ons heen. Tweemaal gingen we het open water af om aan de kant te liggen wachten. Even na Renkum, kilometers te vroeg, besloten we te stoppen. Gelukkig had Rene al zijn reddingsmateriaal van de boot verwijderd en een gigantisch grote vissersparaplu meegenomen. Staande konden wij daar met z’n zessen onder. Om een uur of 7 was de laatste bui eindelijk weggetrokken. Op een prima graslandje, onder toeziend oog van een paar koeien achter draad konden we de tenten opzetten en droog koken.
Ondertussen moesten we zondag nog een kilometer of 50 kajakken (naar Nieuwegein), en de stroming in deze Nederrijn was een lachertje. Waarom dat zo was, werd al gauw duidelijk. Om de paar kilometer was de rivier voorzien van een stuw met naastgelegen sluizencomplex. Niks glijbaan dus. Nog niet eens een trap. We gingen steeds met de lift, en de enige stroming stond dan in de sluis.
Toch was de tocht prachtig. Tussen Arnhem-west en Wijk bij Duurstede is de Nederrijn mooi. Met veel nevengeulen waar we helaas geen tijd voor hadden, dit keer. Daarna was het flink doorkleunen tot Tull en ’t Waal, want het was wel een eind. Ook op rivieren is het soms dus even bikkelen.

Peter Beentjes