Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Oude liefde roest niet

October 24, 2010

(door: Henk Hoogerwerf)

Een regenachtige dag in januari 2010, St.Maarten Nederlandse Antillen (nog even, want het moet een zelfstandig land worden, net als Aruba).
Een witte pick up truck hobbelt over een onverhard zandpad. De chauffeur, mijn vriend Alfred, doet geen moeite om de vele grote plassen te ontwijken. Het pad voert ons langs het hek van Juliana Airport, naar een vergeten hoekje van het eiland. De regen is net even gestopt en we stappen uit bij een oude bus die is omgebouwd tot bar bij een wit strand, waar ik in het zand naast de bus een oude kajak ontwaar. Hoewel het dek met een spuitbus wit is gemaakt en daarop de naam van de bar is aangebracht: KARAKTER, herken ik in één oogopslag mij eigen oude Umnak! Dat is curieus: ik heb die boot in 1997 naar St.Maarten verscheept nadat ik mijn nieuwe Sirius had gekocht. Ik heb toen een zomervakantie op het eiland doorgebracht en vele heerlijke kanotochten gemaakt, waarna ik de kajak heb verkocht aan een fransman. Nooit gedacht dat ik dit bootje ooit weer zou zien! De luiken zijn verdwenen, het rugbandje is compleet vergaan. Het polyester in de kuip is licht beschadigd en de voetpomp hangt los aan de voetensteun. De hele boot zit vol zand en bladeren. Hij ligt daar kennelijk als een soort van decoratie, alsof het een aangespoelde reddingsboei betreft. Het doet pijn om dit aan te zien!”

 

De eigenaar is niet aanwezig en het is trouwens tijd om naar huis te gaan en een lekker drankje in te schenken op de veranda, met prachtig uitzicht over Guana Bay en het eiland St.Barths. Om ons heen begint het dagelijkse luide concert van de boomkikkers zodra de laatste zonnestralen zich achter de heuvels teruggetrokken hebben. Voor mij is het alweer tijd om na dit korte bezoek mijn koffer in te pakken.
[image] [image]

Eenmaal terug in Nederland ontvang ik een e-mail van Alfred en zijn vrouw Ans, met een voorstel om deze zomer woningruil te doen, omdat zij graag een poosje in Nederland willen zijn om familie te bezoeken. Joke en ik zaten ons net af te vragen wat we deze zomervakantie zouden kunnen doen!
En dan schiet mij ook weer die kano te binnen en een glorieus plan komt in mij op! Ik zoek op internet het e-mailadres op van Karakter en doe het volgende voorstel:”Ik kom in juli naar St.Maarten, kom de kajak ophalen, knap hem op en drie weken later krijgen jullie hem weer terug, maar dan in zeewaardige staat”. De deal is snel gemaakt!
En zo komt het dus dat ik, alweer op een regenachtige dag, met de truck van Alfred hetzelfde zandweggetje afrijd om mijn oude trouwe Umnak op te halen. Helaas tref ik weer niet de eigenaar, want die blijkt te zijn vertrokken naar Mexico, maar zijn zaakwaarnemer weet van de afspraak en ik kan beginnen met het uitscheppen van kilo’s zand om vervolgens de kajak op de laadbak te sjorren.
Eenmaal thuis in Guana Bay bouw ik een provisorische werkplek en begin met de restauratie. Eerst wordt de boot schoongespoeld en verwijder ik alle losse onderdelen en de belijning of wat daar nog van over is. Ik ben verbaasd over de prima conditie van het polyester. Er mankeert niets wezenlijks aan deze kano! Ik heb hem omstreeks 1988 tweedehands gekocht op de kanobeurs en er veel tochten mee gemaakt, o.a. op de Noord- en Waddenzee en in Wales en Bretagne. Bovendien heeft hij waarschijnlijk jarenlang op dat strand gelegen, deels in de volle tropenzon.

[image] [image]
Het beschadigde polyester behandel ik met grof schuurpapier, waarna ik een laag epoxy aanbreng. Hetzelfde doe ik met twee slijtplekken onderaan de boeg en de achtersteven. Het dek krijgt weer de oorspronkelijke gele kleur. Op het deksel van het kleine luikje achter het zitje ontdek ik zowaar het kwartje dat ik daar lang geleden in gelijmd heb omdat de sluitklem niet strak genoeg meer sloot!
[image]

Het pompgat maak ik dicht met epoxy-vulmiddel want de oude voetpomp is niet meer te herstellen. Ik maak van een stevige pvc-buis een nieuwe voetensteun. (Nare klus, om door die kleine kuipingang de nieuwe vleugelmoeren aan te brengen, en dat in die hitte!)
[image]

Daarna komt het leukste: het aanbrengen van nieuwe lijnen en elakstiek en het rugbandje, alsmede de bij Arjen Bloem aangeschafte rubberluikjes. Dat is de kroon op het werk. Tot slot wordt de romp nog even met een goede cleaner behandeld en krijgt zowaar weer iets van zijn oude glans terug. Ja, we hebben met een stukje ouderwetse Britse degelijkheid te maken.
[image] [image]


Helaas kan ik niet meteen varen, want ik ben niet alleen. Joke en een bevriend stel vergezellen mij in deze Caribbean Holiday. We moeten het eiland verkennen, hagelwitte stranden bezoeken en verrukkelijke smoothies en pina colada’s drinken. We slenteren over de markt in Marigot, winkelen in Grand Case en Philipsburg, verbazen ons over de op juwelen en Cubaanse sigaren beluste toeristen en vergapen ons aan de sprookjesachtige vlinders in een vlindertuin.

[image]

Maar het bloed kruipt waar het niet kan gaan! Ik stel mijn reisgenoten voor om naar een idyllisch strand te gaan, Friar’s Bay, alwaar ik mijn bootje te water zal laten, om naar Great Bay bij Philipsburg te varen. Later op de dag komen zij dan met de auto daar langs rijden om mij weer op te pikken. Helaas is het die dag bijzonder regenachtig. Dat heb je als je dit gebied bezoekt in de regentijd (orkaanseizoen!) Natuurlijk is het voor mijn gezelschap erger dan voor mij. Zij zitten wat druilerig op het overdekte terras van de strandtent, terwijl ik mijn spulletjes in de kano stop en van wal steek.
[image] [image]

Eenmaal buiten de baai merk ik dat er flinke golven staan en een stevige bries die ik schuin van achteren heb. De Umnak heeft geen scheg en ik moet voortdurend corrigeren omdat hij behoorlijk wil oploeven. Maar ik geniet! Het gaat sneller dan ik had ingeschat en ik passeer bekende plekjes, als Baie de la Potence, met prachtig zandstrand dat nu leeg en grauw in de regen ligt, en de haven van Marigot. Ik passeer de brug die toegang geeft tot Simpson Bay Lagoon, waar tijdens de grote orkaan in 1995 honderden jachten zijn vernietigd die daar lagen te schuilen. Er zijn nog steeds resten van te zien!
Er is wat stroom tegen, want hoewel hier weinig van getijden te merken is moet twee keer per etmaal een grote plas water van het Lagoon zich door twee kleine openingen persen. Een goed half uur later heb ik dus de stroom mee, als ik de brug aan de Nederlandse kant passeer. Intussen krijg ik de ene bui na de andere over me heen en het begint zelfs te onweren. Als ik merk dat het onweer dichterbij komt, besluit ik aan land te gaan. Ik peddel naar Pelican Resort, waar ik kan schuilen onder een afdakje bij het zwembad van het hotel. Ik heb me altijd verbaasd over mensen die naar een duur hotel gaan dat letterlijk aan een van de mooiste en warmste zeeën ter wereld ligt, om dan in en bij het zwembad te gaan liggen. Maar vandaag is de pool verlaten en ligt er troosteloos bij. De regendruppels vervormen het blauwe oppervlak tot matglas. Ik ontdek dat ik mijn schuilplaats deel met een verregende duif, die mij achterdochtig aankijkt met één oog maar geen aanstalten maakt om de wijk te nemen. Gelijk heeft ie.
Al gauw verwijdert het onweer zich en ook de regen wordt wat minder. Door het stilzitten met natte kleding heb ik het koud gekregen en ik stap met enige moeite weer in, omdat het strand hier bijzonder steil afloopt en zet koers naar het oosten. Nu dus de wind echt tegen. Dat wordt nog even werken. Ik gooi mijn vislijn uit; je weet maar nooit. Vissen houden zeker ook niet van regen en ik krijg die avond geen gebakken visje. Ik kom langs Lay Bay, Cole Bay en Little Bay. Het is ruim voor de afgesproken tijd als ik Fort Amsterdam links laat liggen om de Grote Baai over te steken. Het stadje ziet er leeg en ongezellig uit, in de regen. Er is ook geen cruiseschip vandaag. Eigenlijk kun je van Philipsburg zeggen dat het alleen tot leven komt als er cruiseschepen in de baai voor anker gaan. Soms zijn dat er wel vier of vijf tegelijk en dan wordt het hele eiland overspoeld met vooral Amerikaanse toeristen met hun zo felbegeerde wel op mijn buik schrijven.
Onder de luifel van een gesloten souvenirwinkeltje trek ik mijn natte plunje uit en trek een korte broek en een T-shirt aan. Ik moet nog een uur wachten, voordat ik opgehaald word.
Het regent nog steeds als we even later, fris gedoucht, de dag doornemen op de porch en de avond zien vallen over de Caribische zee. De lichtjes op St.Barths worden ontstoken want hier in de tropen wordt er om half zeven een knopje omgedraaid en is het, ineens, donker.
[image] [image]

Een paar dagen later zijn we weer in Friar’s Bay en nu zijn de omstandigheden zoals je het van een tropisch eiland verwacht. Joke, Paul en Marleen nemen plaats op de strandstoelen met parasol en ik maak een kort kanotochtje, o.a. naar Happy Bay. Dat is zo’n strand als je in de folders ziet staan en waarvan je je soms afvraagt of het wel echt is. Blauwe zee, wit zand, wuivende palmen en geen mens te zien. Dat laatste komt helaas doordat een projectontwikkelaar het gehele achterland heeft opgekocht, daar luxe villa’s heeft gebouwd en het gebied met een grote slagboom afgesloten. Ja, de kust is bij wet bepaald openbaar gebied, dat wel, maar wat moet je als je niet meer bij het strand kunt komen? Gelukkig heb ik een KANO!
Verder is het: beetje snorkelen, wat oefenen (van de winter toch nog maar eens meedoen met de zwembad-avonden van de KVU!) en nog maar een frozen drink bestellen bij de bar. Wel jammer dat de Euro de laatste tijd weer gedaald is ten opzichte van de dollar, zodat we erg goed op de kleintjes moeten letten. Dit is een duur eiland! Aan de Franse kant zijn alle prijzen in Euro’s en aan de Nederlandse kant in US dollars. Dat is af en toe wel verwarrend, maar je went er ook snel aan. Aan de Nederlandse kant wordt, vooral in de supermarkten, ook nog veel gebruik gemaakt van de Antilliaanse gulden, het officiële betaalmiddel. Wij beperken ons tot dollars en euro’s, om het niet nog ingewikkelder te maken.
Het wordt erg heet en dan is het in het water of onder de parasol het prettigst. Later op de middag is het wat koeler en beginnen we onze spulletjes te verzamelen. We sjorren de kajak op de truck. Op de terugweg naar huis doen we onze dagelijkse boodschappen.

Het is een stralende vrijdagochtend als we naar Simpson Bay rijden, waar ik door de anderen word uitgezwaaid als ik rechtsaf sla om onder de brug door te varen. Geen stroom deze keer. Ik steek andermaal het Lagoon over naar de brug bij Marigot. Ik kijk even naar rechts, als ik onder de brug door ben, naar mijn “droomhuisje”. Het doet me plezier dat de orkaan van 1995 dat heeft gespaard want het is echt een romantisch huisje, gebouwd in de authentieke stijl van het eiland. Dit type houten huisjes heeft door de eeuwen heen orkanen weerstaan, terwijl moderne bouwsels vaak aanzienlijke schade oplopen. De bries uit het noordoosten is stevig en mijn linkerbeen begint te slapen, waardoor ik mij realiseer dat ik het rugbandje had versteld toen Paul laatst ook even in de kajak wilde varen. Daarom stop ik even bij Point Bluff, waar in oude tijden een melaatsenkolonie was gevestigd. De ruïnes van de huisjes waar de leprozen hebben gewoond zijn alleen nog te herkennen als je weet waar je op moet letten. Na het verstellen van het rugbandje gaat de tocht verder via Baie Rouge, waar de toeristen loom op hun stretchers liggen. Een groepje grote sterns vliegt even met me mee. Dan kom ik bij een rotsachtig deel van de kust: Falaise des Oiseaux, waar vroeger veel pelikanen en keerkringvogels voorkwamen. Nu staan er vakantiehuizen boven op de rotsen en zijn de vogels verdwenen. Op Saba en St.Eustatius kunnen deze zeevogels nog volop broeden, maar op St.Maarten zijn zij zeldzame verschijningen geworden. Bij Plun Beach ruik ik plotseling een sterke rioollucht. Ik ontdek een heuse waterzuiveringsinstallatie. Dat is wel goed nieuws, want het meeste afvalwater verdwijnt op dit eiland nog steeds in de bodem en uiteindelijk ook naar zee, wat negatieve gevolgen heeft voor het leven in de zee.
Hier vaar ik inmiddels uit de wind en het is behoorlijk heet. Om te koelen dompel ik mijn hoed even in zee. Het water is echter in deze zee veel zouter dan wat we van de Noord- en Waddenzee gewend zijn en dat is te merken aan het branderige gevoel dat ik in mijn ogen krijg. Op mijn armen zijn ook al zoutkristallen ontstaan uit het zeewater dat daar door de zon is verdampt. Maar dat hoort er nu eenmaal bij. Ik besluit tot een korte pauze op Long Beach. Dat valt een beetje tegen, omdat het strand zo steil afloopt dat ik na mijn landing direct weer teruggeslagen word door de branding. Bij de tweede poging probeer ik snel uit te stappen voordat de volgende golf komt, maar ben toch te laat en kom hulpeloos naast mijn boot in de branding terecht. Nu komt de handpomp van pas die ik heb meegebracht uit Nederland: ik trek de volgelopen boot op het strand en pomp snel en gemakkelijk het water uit de kuip. Dan neem ik een lekkere duik en strek mij uit op mijn handdoek op het warme zand. Maar er wordt op mij gewacht bij Karakter, met heerlijke koele drankjes! Ik neem een paar ferme slokken van het inmiddels lauw geworden water uit mijn Colafles, in een paar uur is er al bijna twee liter doorheen gegaan; het is dorstig weer in deze streken. Nu kom ik langs een deel van de kust dat zeer zwaar gehavend is door de orkaan van 1995. Er zijn nog vele ruïnes te zien van gebouwen die veel te dicht bij de zee waren gebouwd. Er is ook heel veel nieuw gebouwd en niet bepaald voorzichtiger. Er zijn zelfs huizen gebouwd met betonnen muren die op de rotsen rusten waar de golven loerend langs klotsen. Nu is de zee kalm, maar in een orkaan kunnen metershoge brekers deze kust bespringen om de mensen te wijzen op hun kwetsbaarheid. Met een rustig gangetje peddel ik verder, maar word even later opgeschrikt door een bulderend lawaai dat van rechts snel naderbij komt. Het is een Boeing van Air France, die rakelings over mij heen scheert op weg naar het vliegveld waarvan de landingsbaan hier vlak aan zee ligt. De vele gasten die op het strand van Maho Bay zitten en liggen kijken er niet van op want er komen per dag tientallen vliegtuigen vlak over hun hoofden om te landen op The Friendly Island. Het lijkt Uitgeest wel!
Als ik de punt van Beacon Hill (zo genoemd naar het vliegbaken dat daar staat) even later rond, krijg ik de wind weer schuin van voor. De branding is flink, erg leuk voor de vele zwemmers die in de golven spelen, minder leuk voor mij want ik wil natuurlijk heel professioneel lijken als ik daar aan land ga! Dat lukt weer niet helemaal want ook hier is het strand heel steil en zuigen de golven mij steeds terug voordat ik kan uitstappen. Het wordt dus een tamelijk weinig elegante vertoning, waarbij Joke mij gelukkig te hulp schiet en me net iets hoger op het zand trekt, zodat ik toch nog enigszins waardig mijn vaartuig kan verlaten.
[image]

Een verrukkelijke mango smoothy is mijn welverdiende beloning, die ik me laat smaken terwijl ik languit op de strandstoel lig met de wapperende parasol boven mijn hoofd.
Daarna kan ik nog slechts mijn oude trouwe bootje afspoelen en in de schaduw van een grote seagrape boom neerleggen, in de hoop dat anderen er nog veel plezier van mogen hebben. Het kost me echt moeite om deze oude Umnak andermaal achter te moeten laten. We rijden even later weer naar “ons”huis voor de gebruikelijke evaluatie op de porch. Om met een bekende schrijver te spreken: “And so ends another shitty day in paradise”.