Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Baja California januari en februari 2010

March 29, 2010

Baja California, januari en februari 2010

Een paar jaar geleden zag ik op de cover van een kajakblad iemand varen, vlak bij een onderduikende walvisstaart. Nou, dat wilde ik ook wel eens van dichtbij zien.
Vier jaar geleden, een week varen rond het Schotse Mull, zag ik op nog grote afstand hoe onze tochtleider Ray tussen de minke whales (dwergvinvis, toch gauw 10 meter lang) kon varen.
Nou, dat wilde ik ook wel eens van dichtbij doen.
Zo’n anderhalf jaar geleden, na een week met andere KVU-ers varen rond Anglesey, vertelde onze gids Axel dat hij daarna vertrok naar Baja California, dat deel van Mexico dat als een grote sliert aan de zuidwest kant van de Verenigde Staten hangt.
Zeker aan de westkust, maar ook in de enorme baai oostelijk van die sliert, komen in de wintermaanden daar meerder walvissoorten om te paren, en daar worden ook de jongen geboren.
Nou, daar wilde ik ook wel eens varen.

Klik hieronder op "LEES MEER" voor de rest van het verhaal

’t Is bijna gelukt met die walvissen.
Er was wat overredingskracht nodig op mijn school, maar mijn dreigement: “Laat me nou maar gewoon gaan, anders neem ik ontslag, en dan is jullie probleem nog groter” was voldoende voor 2½ week vrij. (Dat ik daar voor, en daarna extra moest werken was wel jammer.)
Eind januari vloog ik via Parijs en Ciudad Mexico naar La Paz, bijna onder aan die landtong.
Na een nachtje La Paz was het nog bijna 400 km noordelijk met een taxibusje naar Loreto.
Daar heeft Ginni Callahan een kajakbedrijfje. Ze geeft er instructie, verhuurt kajaks, verkoopt wat kajakspullen, en hielp tochtleider Axel met de organisatie.
Twee nachtjes hotel daar, met daartussen toerist zijn in dat stadje, dat was de opmaat voor 11 fantastische vaardagen.
Axel had twee tochten gepland, als eerste een tocht van 5 dagen ronde Isla Carmen.
Het eiland en de zee er om heen vormen een natuurgebied, met afval moet je zorgvuldig omgaan, maar kamperen op de strandjes mag weer wel. Drinkwater vind je er niet, er werd gerekend op 4 liter per dag per man, dus met het eten en de kampeeruitrusting maakte dat je kano wel erg zwaar
Het is er erg droog en dor, op het land heb ik er bar veel cactussen gezien.
Het eiland ligt tot op zo’n 50 meter hoogte vol met schelpen, misschien wel miljoen jaar oud, want dat is de geschatte leeftijd van het eiland.
De zee is er prachtig, helder water, er zijn mooie rotskusten in vele kleuren grijs, roze tot groen aan toe.
En daar omheen: pelikanen, blauwvoetgenten (de boobies die ook van de Galapagos bekend zijn), grote sterns, meerdere soorten meeuwen, veel kalkoengieren, een steenarend, raven, Amerikaanse ijsvogels, veel visarenden, nestelend op rotsen en uitrustend op zo’n gigacactus, en ook nog….Zoveel.
En in het water vis, en vooral fascinerend: dolfijnen, en nog meer dolfijnen, soms zo dicht bij dat je ze bijna met je peddel had kunnen raken.
Een manta-rog, als een deur zo groot die op 50 meter van je bootje recht omhoog uit het water komt, een zeeschildpad achtervolgd door twee haaien, erg veel kleine roggen, ook al springend uit het water.
Walvissen tweemaal gezien, zo’n als een eiland grote rug, maar wel op de ruime afstand van 300 à 500 meter. In de verte wel vaak de nevel van een spuitende walvis, zonder het beest zelf te kunnen onderscheiden.
De noordpunt van het eiland heet Punta Lobos, Wolvenpunt. Maar het zijn geen wolven, het zijn dezelfde zeeleeuwen die ook in Artis te zien zijn, maar die beesten een beetje schor blaffend achter je kajak is toch wel een heel andere ervaring.
In de buurt van het eiland werken wat kleine vissers, ze hebben soms een bescheiden kampje op de kust, en het is duidelijk dat ze er voor onze begrippen niet rijk van worden. Zwemvesten heb ik in die sloepen niet gezien, radio-contact kunnen ze ook niet maken. Eén keer konden we een sloep met motorpech helpen door wel contact te leggen met de wal, en een uurtje later zagen we een collega-visser aanracen om hulp te bieden.

Na 5 dagen was het eten bijna op, keurig volgens de planning, en kwamen we weer op de vertrekplaats terug voor verse voorraad water en voer.
Die vertrekplaats was een geïmproviseerde camping zuidelijk van Loreto, waar de eerder genoemde Ginni “woont” in een kleine koepeltent, naast de trailer met haar kajaks.
We kwamen daar tussen de middag aan, hongerig en dorstig. Wat een feest is het dan als er een dikke koelbox klaar staat met lekkere broodjes, en koud! bier.
Met de daar gebruikelijke ouwe pick-up truck van Ginni een snelle tocht gemaakt over de dirt-roads, grintwegen door droge rivierbeddingen, om snacks en tequila in te slaan voor de volgende dagen.
Dat was ook de middag dat ik ongeveer 20% van de jaarlijkse neerslag mocht meemaken.
Wat een mazzel dat mijn tentje niet op dat mooie vlakke plekje naast de weg (= rivierbedding) stond!
De volgende dag weer weg, gepland was een tocht van 7 dagen tot Punta Coyote, nu langs het vaste land, maar wel langs enkele andere eilandjes.
Veel vergelijkbaars gezien, zonder dat meer van hetzelfde kon vervelen.
Veel indruk op mij maakte een bijna loodrechte wand. In de schaduw varend was ook zonder snorkel te genieten van de visjes onder de boot, terwijl om je heen gedoken werd door groepen pelikanen en boobies.
Vanaf het strand zagen we nog een langskomend Dolfinarium.
Voor de liefhebber:
http://www.youtube.com/watch?v=chHxpuk6bfE

Ik was niet goed getraind voor deze tocht, normaal gesproken had die gemiddeld 25 km per dag geen probleem moeten zijn. Nu vond ik het fysiek zwaar, de anderen in de groep hadden er minder moeite mee. De zee was het probleem niet. Weinig golven, weinig wind, technisch gewoon een makkie. Wat het mij extra zwaar maakte was de daglengte.
’s Morgens om 6 uur op, een beetje helpen met het klaarmaken van het ontbijt, en om 8 uur was het vertrekken geblazen. Een tussenstop met plaspauze, een uurtje lunchpauze, om ca 4 uur aanlanden, tentje opzetten, één borreltje met mijn nieuwe maatje Fred, eventueel helpen met het avondeten, en om 6 uur was het weer donker. Koffie, een borreltje, en als om ½8 de eerst van ons begon te gapen….
Om 8 uur was het meestal stil.
En als je geluk had, ’s nachts wakker werd vanwege een volle blaas….dan kon je misschien nog even luisteren naar het geblaf en gejank van de coyotes.

Het eindpunt bereikt, nog een paar vissers geholpen met verslepen van hun boot op het strand, wachten op Ginni met verse lunch, en toen nog een demonstratie van springende walvissen, ver weg, maar met verrekijker meer dan de moeite waard.
Het taxibusje dat exact op afgesproken tijd arriveerde voor vervoer naar La Paz, hotel daar, een middag slenteren in die stad, gewoon genieten van een normaal bed, en dat was het weer.

En echt tussen de walvissen varen…
Wat is het toch mooi als je nog een droom hebt te vervullen.

Dick Mulder