Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Zeehondenlogboek zondag 14 december 2008

March 19, 2009

Zeehondenlogboek zondag 14 december 2008

Niemand zal het ons kwalijk nemen dat we de brandingboten laten voor wat ze zijn. Vorige week nog verstijfden mijn armen in het koele zeewater toen ik moest zwemmen na een mislukte surf.
Gelukkig is de zee niet altijd wild en woest. Vandaag is ze kalm en koel. Officieel nog geen winter, voor het oog een mooie winterdag. Mensen met mutsen, sjaals en wanten wagen zich op het strand. Veel mountainbikers ook. Geen watersporters, behalve dan een overenthousiaste hond die zijn natte pak weer droogrent achter zijn baas aan die te paard langs de vloedlijn stapt.

Klik hieronder op "lees meer" voor de rest van het verhaal.

De zee is een buitenkans op zo’n dag. We maken er dankbaar gebruik van. De avond ervoor hebben Wieger en Anoushka zeekano’s opgeladen. Vandaag haalt Wieger ons op en rijden we gedrieën naar het strand. Wat een luxe, die oplaad- en ophaalservice!
Ik doe mijn watersportshirt aan. En een thermohemd met lange mouwen. Dan een fleecetrui. Vervolgens een windjack. Past allemaal in mijn neopreen longjohn. Dan de anorak eroverheen. Zwemvest en spatzeil. Sleeplijn. Neopreen sokken (afgeknipte mouwen van een duikpak, goeie vinding), waterschoenen eroverheen, neopreen muts (ook afgeknipt van duikpak) + zonnehoed… Handschoenen. Ik ben klaar en kan me makkelijker bewegen dan in het restant van het van mouwen en hoofd ontdane duikpak dat ik gebruik voor het brandingvaren. Ik stop het voor de zekerheid achterin m’n boot. Als ik omga, wil ik weer op temperatuur kunnen komen.
Terwijl ik bezig was al mijn laagjes aan te trekken, hebben Wieger en Anoushka al een boot naar het strand gedragen. Wieger komt terug en samen dragen we de andere twee boten naar beneden. Anoushka is al ingestapt en peddelt de grote leegte op. Het is een mooi gezicht. Alsof een eskimo wegvaart van een ijsschots om op jacht te gaan. Als Wieger en ik ook te water zijn gegaan, meldt Anoushka dat de zeehond zich al heeft laten zien. We komen ‘m vast nog wel tegen.
De zee is hobbelig, knobbelig en een beetje bobbelig. De zee is olie waar we doorheen glijden. De zee is een rijk voor ons alleen, zo voelt het. En voor die zeehond dan.
Het eerste half uur peddelen we ons gestaag in een ritme. De oostenbries helpt ons afstand te nemen van de kust. Zelf sturen we ook richting open water, koers Wijk aan Zee. Al snel zijn we ver uit de kust. Wat is het lang geleden dat mijn zeekano op zee is geweest. En wat is ie daar in zijn element. En wat is het hobbelen van de zee toch fijn. En wat gaat die peddelslag soepel. Het lijkt wel of ik nooit fijnere tochtjes gevaren heb. Ik heb het warempel eerder te warm dan te koud. Zelfs mijn hoedje doet het goed in de winterzon.
Wanneer de deining je te pakken krijgt, de peddelslag soepel gaat, je bootje door het water glijdt, een fris briesje op je wangen blaast en het klotsen van het water je gedachten vangt, lijkt varen mediteren.
Het tochtje naar Wijk aan Zee lijkt nauwelijks inspanning te kosten.
We landen ter hoogte van de enig overgebleven strandtent. Niet om onszelf te verwennen met iets warms met slagroom. Geheel in overeenstemming met de soberheid om ons heen, drinken we thermoskanthee, breekt Wieger zijn Ketellapperkoeken in drieen en smaken de door Anoushka meegenomen gedroogde pruimen en dadels uitstekend. De enige ledematen die niet warm willen worden zijn Anouska’s handen.
De terugtocht verloopt dichter onder de kust. Anoushka en Wieger vermaken zich in de aanrollende golven langs de vloedlijn. Ik ga op zeker en vaar wat verder zeeopwaarts, voorbij de branding. Ik heb nogal de neiging om op een voor het oog onbeduidend golfje om te gaan en dat wil ik vandaag voorkomen. Te koud.
Ter hoogte van het wrak vaar ik terug naar de kust, naar mijn tochtgenoten. Ik zie dat Wieger langszij het wrak gaat liggen om het aan te tikken. Homo ludens!
Lage golfjes rollen van ver uit zee helemaal naar de kust. Ik weet een lift te krijgen en in een formidabele, comfortabele lange roetsj glijd ik als in een zweeftreintje naar Wieger en Anoushka. De zee is aaibaar vandaag.
Ik speur over het glanzende water. Grote kans dat… En jawel, een grijze kop komt boven water en kijkt toe hoe we ‘m naderen. Natuurlijk wacht hij niet op ons. Gracieus zoals alleen zeehonden dat kunnen verdwijnt 'ie onder water om even later achter ons weer op te duiken om ons na te kijken. Ik had ‘m nog niet gezien dit seizoen.
We worden afgeleid door twee mannen die tot hun middel in het water naar ons staan te zwaaien. Kennen we die? Zijn het KVU-ers zonder boot? Het zijn vissers die niet meer bij hun netten kunnen komen. Het water is te hoog. Laten wij nou net langs komen varen… Wieger helpt ze door de ankers van hun netten op te hijsen en naar ze toe te brengen. Even later heeft een derde visser hulp nodig. Wieger heeft inmiddels ervaring en helpt me bij het lostrekken van het ankertje. Leuk!
Na een uur of vier varen landen we op het Bakkumse strand. Tegenover Blinckers kleden we ons blauwbekkend om. Zeekanoën in de winter heeft zijn charme, maar vergt ook offers. Zorg dat er een stamppotje klaar staat thuis, of bel even of de kruiken vast klaar gezet kunnen worden. Probeer de verleiding om in het water te spelen te weerstaan. Blijf in je boot. Denk aan palmbomen of kokosnoten. Houd het hoofd warm.
Ontspan.
Chris