Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Kano-vakantie 2008 in Groningen

Artikelindex

March 11, 2009

Kano-vakantie 2008 in Groningen

1-8:
Gisteren om een uur of één van huis opgehaald door Max. Naar de haven, boten opladen en op weg naar Winsum. Na een rustige reis met een dutje/plas- en koffiepause op de Afsluitdijk en een verder rustige rit komen we te Winsum aan. De beheerder en zijn vrouw herkennen ons nog en we verzekeren hun dat we niet zo “lastig” als vorig jaar zullen zijn. Na de relaties te hebben aangehaald, gaan we boodschappen doen en komen we terecht bij de Chinees, waar we een speciaal -heel elg lekkel- Olympisch menu genieten.

Een speciale groente treft mij erg: zwart, knapperig, het leek wel een zeealg of paddenstoel. Mevrouw verzekert me dat het venkel is. Ik zal het eens nazoeken in de kookboeken.
Deze ochtend begint het om een uur of half zeven te regenen. Om acht uur iss het redelijk droog, dus onder de douche, wassen en aankleden. Het duurt tot half elf alvorens we de boel redelijk droog in de boten hebben. Op naar Zoutkamp, 16 km over de weg, over het water wat kilometers meer, denk ik. Een wonder, na 4.5 km te hebben gevaren, zijn we 15 km van Zoutkamp.
Onderweg een bats regen, net na een koffiestop aan de kant. De wind neemt flink toe en het Reitdiep wordt wat knobbeliger.
De oevers van het Reitdiep moeten natuurlijke rietoevers zijn, zodat men overal een voorwal heeft aangelegd. Achter deze voorwal van rotsblokken zien we iets liggen, dat lijkt op een kano. Helaas kunnen we er niet bijkomen zonder onze boten te beschadigen.
Bij Lammerburen staat het gemaal De Waterwolf uit 1918 van het waterschap Electra, dat op zijn beurt vernoemd was naar de oorspronkelijke en zeer bijzondere energiebron van het gemaal, electriciteit i.p.v. stoom. Thans staan er vier waaierpompen in, aangedreven door dieselmotoren. Het gemaal is gestart met 3 electrische pompen. In 1928 werd een vierde pomp toegevoegd. Als ik het aantal ramen van de gevel tel, is er nog fundering voor een vijfde pomp. Het gebouw is zeer imposant en is gezichtsbepalend voor deze lege omgeving. Zelfs het gesmede hekwerk verraadt het bij de bouw aangewende vakmanschap.
Door de N.W. wind wordt het water vanuit het Lauwersmeer opgestuwd in het Reitdiep, zodat het waterschap de sluis naast het gemaal gesloten houdt. Door de waterschapspost in Lauwersoog via een belknop te waarschuwen wordt de sluis bediend, iets wat we daarna nog vele malen meemaken.
Volgens de wegbewijzering is het nog 6 km. De wind staat pal op het uitwaaierend diep en we moeten dus flink peddelen. Maar na zo'n 3 km varen we Zoutkamp binnen. Het plaatsje is nog kleiner dan in mijn herinnering, maar wel veel “netter”, geen vervallen huisjes en kromgetrokken geteerde loodsen meer. Door de openstaande sluis varen we naar een andere openstaande sluis, die toegang geeft tot het Hunsingo kanaal, waaraan de door Leo Konijn aanbevolen camping ligt, 't Ol Gat. Dit is een camping geheel ingericht met de behoeften van een kanovaarder in gedachten. Geen afgebakende plekken, een grote driewandige schuur, die met tafels en stoelen, verlichting en een keukentje met een koelkast is uitgerust. De eigenaren, Nanco Wildervanck en Ienke Baars, lopen graag over het terrein en maken een praatje.
We zetten onze tenten op en wachten op de dames Nienke en Nicoline uit Groningen, die een cd van de vakantie in Portugal met Klaas Hofman bij Max komen ophalen. Met deze dames eten we in Zoutkamp. De gezelligheid maakte veel goed, want het eten ontstijgt het kant-en-klaar eten van een snackbar niet. Het blijk dat dit restaurant recent van eigenaar was gewisseld, zodat we het advies van Nicoline haar niet euvel konden duiden.
Nicoline vraagt Max of hij nog “leuke projectjes” heeft. Max kijkt lichtelijk ontdaan. Ik leg haar uit dat projecten iets is voor hoger opgeleiden; als een tegelzetter dat zou gebruiken, kwam er geen tegel meer op de vloer of aan de muur; Max doet klusjes, goddank.
Na het afscheid van de dames wandelen we nog even over de camping en bekijken de tipi en (alternatieve) toepassingen. Een aantal lafen in het struikgewas zou me niet hebben verbaasd.
Op comfortabele stoelen wordt de avond met drank afgesloten.

3-8:
Gisteren zouden we het Lauwersmeer op gaan, maar er stond een straffe NW wind en we moesten nog een flink stuk varen alvorens we op open water kwamen. Het was heerlijk zonning. Naar het visserij museum geweest, nadat we door Cor op een lekkere haring worden gefeteerd langs de kaai. Bij de sluis lekker in het zonnetje koffie besteld en mensen bekeken, vervolgens boodschappen en een krant bij de Spar gekocht en weer teruggehobbeld naar de camping. Daar trakteerde Max op gerookte paling en Cor op gerookte zalm. Ik heb een haat-liefde verhouding met paling: hoewel ik het heerlijk vind, word ik er achteraf bijna altijd ziek van. Dus ik heb slechts een kleintje genomen.
Daarna Max vissen en wij lekker lezen aan het water in het zonnetje. Om vijf uur ben ik gaan koken; pasta met kaassaus (kant en klaar uit een pakje), tomaten/uiensaus met ham en apart kidneybeans om een echt bodempje te maken. De jongens waren tevreden. De avond lezend, kletsend en puzzelend doorgebracht, natuurlijk met de borrel erbij. Die schuur is een uitkomst want in een kastje zitten zelfs borrelglaasjes! Wat minimalistisch kamperen?
Op het terrein is ook nog een welpengroep, die ons veel plezier gaf. Haren is vermoedelijk de academische voorstad van Groningen, want het jonkie dat vandaar kwam, was zeer bijdehand en evenzo gebekt en bekakt.
Het is nu 8:30u in de ochtend, we hebben afgerekend en afscheid genomen, we gaan zo weg.

3-8; 18.00u.
We zitten in Onderdendam, het regent fors. Bij het meren sloeg Cor om, zielig, maar het geeft ook wel weer enige reuring. Boven het water is het ook erg nat, zodat de belevenis bij de anderen weinig verschillend is; nu zijn we echt minimalistische kanoërs. De tent, nog nat van vanochtend, is echter opgezet vóór het echt begon te regenen. Nu hebben we zitten snacken, door andere kampeerders bereide soep gedronken en worstjes gegeten. We zitten te kletsen met de havenmeester, of liever, hij vertelt, wat hakketakkerig over het welvarend verleden van Onderdendam.
De route over het Hunsingo kanaal en verder langs Winsum was erg mooi. We hebben veel bramen langs de kant van het water gegeten. Vlak bij Zoutkamp voeren we onder een ophaalbrug “Zuidema's” klap van 1876, waarvan de onderdelen van gietijzer zeer waarschijnlijk uit de Braat gieterijen te Delft kwamen. We deden Eenrum aan, een molen met twee restaurants ernaast, één met een mosterd museumpje, dus dat heet Abraham, het andere “gespecialiseerd” in pannekoeken, Sara. Wij namen een aangeklede pannenkoek. Toen ik afrekende, vroeg de ober/kok/werkstudent of het gesmaakt had. Ik kon slechts antwoorden: “Als de sfeer maar gezellig is!”. De wandeling door het dorp was leuk. De kerk staat bovenop de wierde met daaromheen goed onderhouden huisjes, twee waterpompen en een paar schitterende bomen. Op een foto in kroeg Sara had ik gezien hoe druk dat piepkleine haventje vroeger op hoogtijdagen was. Dan zie je dat al het vervoer over het water ging.
We verlaten Eenrum in een stortbui. Het was niet de bedoeling, maar we kwamen uit op het Winsummerdiep vlak voor Winsum, terwijl het de bedoeling was meteen bij Onderdendam uit te komen.
En waarom nemen we al deze omwegen? Juist, omdat onze Groningen-expert morgen langs wil bij een huiskamerkroeg met een oude dame (inventaris?) erin.

4-8:
Kleddernatte tenten bergen we op in de boten. Regen, droog, regen repeterend. De wind is stormachtig. Boodschappen doen we in Middelstum. Ik heb nog even gekeken of ze daar een warenhuis hebben, want om de een of andere reden doet me deze naam denken aan de lift-avonturen van Abeltje. Het giet er, zodat slechts Max en ik boodschappen doen. Als we terug komen hebben we Jachtbitter en sigaaartjes, maar de rest zijn we zo'n beetje allemaal vergeten!
Via -hou je vast- de Westerwijdwerdermaar -de huiskamerkroeg is hélas leider jammer gesloten!- komen we op het Damsterdiep. Jammer dat het sluisje in de WWWmaar het niet doet, zodat we daar moeten oversjouwen. Het Damsterdiep gaat van Groningen naar Delfzijl, maar is vernoemd naar Appingedam, toendertijd de grote wederstrever van Groningen. Ik heb geleerd dat diep de Groningse naam voor rivier is. Maar het Damsterdiep, het Hoornsdiep, het Hoendiep en Schuitendiep zijn gewoon door mannetjes met scheppen en berries gegraven, hoor!
We moeten niet naar Delfzijl of Appingedam, maar naar Wirdummerklap, naar Klaas Hofman. Het Damsterdiep is een beetje saai, maar gelukkig vinden we weer een overdadige bramenplukplek, zodat we weer wat afleiding hebben. Als afgesproken zien we Klaas op het Damsterdiep in een canadees. Hij is zeer verrast en wil ons met van alles van dienste zijn. We zetten onze tentjes op, zodat ze even kunnen doorwaaien, de jongens gaan met Klaas borrelen, maar ik moet het eten voorbereiden. Varkensfricandeau en speklapjes worden gemarineerd, groenten gesneden voor de nasi goreng van vanavond. Daarna kan ik ook aan de borrel. Klaas is in gezelschap van een lieftallige dame, wier naam ik helaas ben vergeten. Buiten die dame heeft hij ook een heel aardig speultsje daar. Naast zijn eigen huis en kano/excursie-winkel heeft hij ook een slaapgebouw met instructielokaal, keuken en huiskamer. Het veldje gebruikten wij voor onze tentjes. De belangrijkste dingen, die we vergeten waren, brood en eieren, die kunnen we bij Klaas krijgen.


5-8:
Martijn is jarig, het eerste dat ik die ochtend denk, maar het heeft geen zin hem te bellen want hij ligt zeker nog te slapen.
Het is een mooie morgen. Meestal word ik op vakantie om een uur of 6 wakker, dan kan ik een half uurtje nog wat doezelen, maar dan wil ik eruit, opdat ik niet bij het sanitair hoef te wachten.
Na uitgebreid afscheid van Klaas te hebben genomen, varen we terug over het Damsterdiep naar Groningen. In Ten Boer een lunchstop. Max en ik doen boodschappen, met het vooruitzicht van een eindigende vakantie. Een vier km voor Groningen kunnen we door een sluis het Eemskanaal op, maar wij varen verder het Damsterdiep af, omdat daar een kano-route staat aangegeven. De eens zo belangrijke vaarweg wordt een beetje bekneld door de Ring om Groningen, de snelweg. Aan het eind van het Damsterdiep komen we bij een indrukwekkende sluis, die echter niet meer schut. Max en ik verkennen de omgeving, maar nergens een geschikt punt om over te dragen. Dus weer terug naar de sluis, waar we snel worden geschut. Komen we op een kanaal met de afmetingen van het Amsterdam-Rijnkanaal, maar met dan nette houten beschoeiing. Er varen bijna geen schepen, alleen wat plezierjachtjes . En ik, die vreesde voor een intensief gebruik als bij het A-R-kanaal, met dezelfde stalen wanden, waartussen het water tot in eeuwigheid blijft weerkaatsen.
Die 4 km is weer snel overbrugd en we varen via het verbindingskanaal bij het station en het museum naar het Hoorns diep, dat gekanaliseerd het Noord-Willemskanaal heet. Ik vis een rieten zomerhoed uit het water, die thans als trofee op de kapstok thuis hangt.
Onder Groningen vinden we de doorgang met sluisje naar het Paterswolder Meer, waaraan de steiger van de GKV ligt. We komen ongeveer gelijk aan met Nienke. Het clubgebouw is voor KVU-begrippen reusachtig, twee verdiepingen, beneden de botenstalling, boven de recreatiezaal e.d., ligt op zandgrond tussen het Noord-Willemskanaal en het Paterswolder Meer in. De vereniging heeft een tweehonderd leden. Een 18 jaar geleden is het vorige verenigingsgebouw afgebrand. Nu is het interieur aan een renovatie toe. Het schijnt moeilijk te zijn met zoveel leden het gebouw netjes te houden. Peter als loodsbeheerder en Leo als kantinebeheerder zouden een traan wegpinken bij het aanzicht.
Ondertussen komt ook Nicoline aan. Omdat Nienke tot ongeveer 9 uur tijd voor ons heeft, besluiten we zo snel mogelijk op het boventerras (wat een luxe, hè?) te gaan eten. Nienke heeft naast een uitstekende minestronesoep ook een aardappel/haringsalade gemaakt, mijn favoriet!
Herman en ik wassen af, meteen det andere vaat ook en poetsten het aanrecht en gasfornuis weer in toonbare staat.
Een heel gedoe met de electronische sleutel van Nienke en de code, dat delegeert Max maar snel aan mij.
Erg leuk is een polo bassin voor de jeugd, vermoedelijk één van die attracties, die jeugd aantrekt. Nienke vertelt dat ze vrijwel nooit op de “plas” achter het clubhuis vaart, ze vaart liever tochten. Wij vertellen haar dat wij “ons” meer juist zo afwisselend vinden dat het nooit verveelt.
De volgende morgen gaan we tamelijk vroeg weg, na wat te hebben gepraat met een tweetal, dat op het wad wil varen. Ja, want wat gaat er boven Groningen? Juist, het wad! Maar ik denk dat er boven Groningen ook altijd regen is. We maakten nog een wandelingetje naar het Paterswolder Meer, dat er erg vriendelijk uit ziet.
We varen terug naar Groningen en door Groningen langs het Schuitendiep, op weg naar Winsum. Kenmerkend is wel dat het hier vol ligt met vrachtschepen, die een tweede of derde leven als woonark ondergaan. Naast mooi omgebouwde vrachtschepen zien we wrakken liggen, wat Max tot de verzuchting brengt dat er blijkbaar geen schoonheidnormen voor woonboten gelden.
Op het Reitdiep omen we vaarders van de Stad en Ommelanden tocht tegen. De gemiddelde leeftijd van deze mensen geeft te vrezen voor de toekomst van de kanosport. Ik realiseer me echter dat als je afgaat op de gemiddelde leeftijd van de toerfietsers hier en elders, je ook gaat twijfelen aan de toekomst van de wielrennerij! Misschien zijn er gewoon te veel vitale oudjes!
Terwijl mijn maatjes met de kanoërs kletsen, eet ik een enorm overvloedige braamstruik leeg. Ik heb wat moeite met het wachten, omdat mijn benen wat pijnlijk worden door het gebrek aan lopen.
Deze vakantie kenmerkt zich door forse regenbuien en veel wind. Gelukkig hebben we nu vooral voordeel van de wind. Je ziet het Reitdiep steeds verder verbreden, vooral na de kruising met het v.Starckenborghkanaal. Hier komen de bedijkte oevers die het water z'n allure geeft. Op de kaart zie ik het Reitdiep steeds kronkeliger worden, maar ooit heeft men de grootste kronkels bij Garnwerd eruit gehaald, getuige de naam Oude diepje voor een strang in het land.
In Garnwerd gaan we ons nog eenmaal te buiten aan een dure lunch, genietend van de warme wind en het publiek van café Hammingh, dat ooit, vóór de brug, het veerhuis was.
Nog een mooi stuk naar Schaphalsterzijl en dan nog de laatste kilometers van deze vaarvakantie over het Winsummerdiep.
Voorlopig trekken we de laatste keer onze natte tenten uit de luiken, zetten de boel overeind en kletsen wat op het terras. De tenten waaien wel weer droog.
Ik klets even met een echtpaar met dochtertje uit Den Haag, met een canadees en een grote tipi-tent. Ja, die past niet in de canadees. Zij blijken mijn neef Eric van Tiekano of thans Outdoor Valley, maar dan onder de nickname Jerommeke. De vele ontmoetingen, die we hebben, duidt toch wel op een heel klein kanowereldje.
Het eten bestaat uit een mengelmoes van soepen, die we nog in de ruimen hebben liggen, verwarmd met het laatste beetje brandstof.
De avond is warm. Onze buren blijken Terschellingers te zijn, die met Max een gezamenlijke kennis hebben, hetgeen een geanimeerd gesprek oplevert, dat ik echter niet kan volgen. Uit frustratie eet ik me ongans aan zoute stengels, goed voor m'n bloeddruk.

7-8:
De volgende ochtend blijkt het die nacht niet te hebben geregend! Dat zorgt dat we de tenten wat droger kunnen opbergen, howel al het kampeergoed thuis zeker nog goed moet drogen en luchten.
We doen het rustig aan, want we moeten alleen maar terugrijden naar Uitgeest. Het is heerlijk weer, we drinken nog koffie met de familie Douma, kletsen nog wat over de toekomst van het kanokamperen en de meerdaagse kanotochten. Na een hartelijk afscheid rijden we naar Holland.
Nabij Heerenveen rijden we de nacht in onder een pikzwarte hemel; windstoten, maar geen regen. Pas als het weer licht is, stort de regen naar beneden. Bij Sneek gaan we onder het Prinses Margriet kanaal en -nieuw- onder de Geeuw door. De Geeuwbrug wordt nu afgebroken, een brug die hooguit 30 jaar oud is. Als we op de Afsluitdijk rijden, zien we in het zuiden slecht weer hangen. Halverwege de dijk nemen we eeb rustpause met het afsluitend “broodje bal”. Voor ons plasje moeten we een voettocht naar de voet van de dijk maken, want het toilet is in onderhoud.
Het blijft stor- en regenachtig, maar pas in Uitgeest zullen we weer een vette regenbui krijgen.
De boten bergen we op in de loods en gaan snel naar huis. Max gooit me er op de Bloemgaarde voor de deur uit. Het begint zo te gieten dat even later de straat volledig blank staat, een tekenend einde van een waterrijke vakantie

Eric van der Wal 13-8-2008