Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Hazenlippen en vlokreeftjes - Open lucht

Artikelindex

Open lucht
Zei ik eerder in dit verslag iets over routine? Wel, blijkbaar was ik teveel op mijn routine gaan vertrouwen, maar dat zou pas die avond blijken.
De volgende dag konden we weer zonder haast opbreken. Het gescharrel langs deze prachtige kust nam nog eens een aanvang. Omstreeks het middaguur voeren we langs een prachtige ruïne van een oude vuurtoren en zochten voor de lunchpauze een diepe, fjordachtige inham op. We waren al dicht bij de meest noordwestelijke punt van het eiland. Het was heerlijk warm en zonnig weer en we lieten ons verleiden tot een luierpartij, hoewel we natuurlijk onmogelijk erg moe konden zijn geweest. Na de lunch en met middagslaapje nam Wieger, staande op een hoge rots, foto’s van ons varend op doorzichtig water: een zweefmoment. Goed om later als bureaublad -achtergrond op de computer gezet te worden.
We rondden de noordpunt bij Iles des Poulins en voeren naar Sauzon. Gelukkig hebben ze daar een camping, want het is streng verboden om wild te kamperen in Frankrijk (net als in Nederland). Na enig zoeken vonden we toch een geschikte plek om te overnachten, gelukkig. Jammer dat ik de nacht moest doorbrengen in de open lucht. Mijn opa zei vroeger al vaak: Wie zijn gat brandt moet op de blaren zitten. Wel, ik ontdekte dat ik geen tentstokken en haringen meer had. Je gaat dan ernstig aan jezelf twijfelen, en terecht! Ik had blijkbaar twee zakjes op het strand van Monet achter gelaten. Goede raad is altijd al duur geweest, zo ook nu. Ik ben uiteindelijk met een aardige toerist meegelift naar Port Coton en ben weer helemaal naar beneden geklommen, evenwel zonder resultaat: mijn stokken en haringen waren spoorloos.
Mijn reisgezellen hadden inmiddels in het haventje van Sauzon een puik visrestaurant gevonden, waar ik mijn verdriet heb verdronken in koude cider. Die nacht sliep ik op mijn matje, in de slaapzak met de losse tent over me heen. Ik sliep heerlijk, tot mijn eigen verbazing, maar mijn slaapzak was wel erg vochtig geworden, zodat ik de volgende nacht graag gebruik maakte van het aanbod om in de koepeltent van Annet te overnachten, weliswaar zonder Annet, die de voorkeur bleef geven aan haar tarp.
Aan de dinertafel hadden we het plan voor de volgende dag al besproken: koffie drinken in Le Palais, haventje met prachtige oude citadel, lunch op Ile aux Chevaux en door naar Hoedic, een klein bewoond eiland, waar we op de noordoostpunt wilden kamperen.
Die middag was het vrijwel windstil en treuzelden we eindeloos tijdens de oversteek naar Hoedic. Het was heet en we wilden zwemmen. Iedereen, behalve Rob, plensde uitgebreid in het klare oceaanwater rond. Een verkoelende ervaring, waar “de wilde frisheid van limoenen” lang niet aan kan tippen! Deze manier van pauzeren hebben we de naam “peddelfloatpauze” gegeven, omdat de peddelfloat het aangewezen middel is om na het zwemmen weer in je boot te komen. Dit gaf overigens aanleiding tot hilarische taferelen, toen ik, tot mijn eigen verbazing achterstevoren in de kano terecht kwam. Als er geen foto’s waren gemaakt had ik het zelf nauwelijks kunnen geloven.
We hebben de volgende dag deze sessie nog eens herhaald, maar toen ging het al veel soepeler, met een zgn. KIWIslag, die is afgeleid van de kiwi-redding.
Grensverleggend
Het was behoorlijk laag water toen we om Hoedic heen voeren en op zeker moment naderden we een passage waar we met de kano’s nog maar net doorheen konden, anders hadden we een stuk moeten omvaren. Rob bleef wat achter en ik keek om waar hij bleef. Ik zag dat de anderen ook bezig waren om naar hem toe te varen. Wat was die man toch aan het doen? Het leek wel of hij aan de grond zat, vlak langs de rotsen. Bijnader inzien bleek dat hij zijn favoriete lekkernij had ontdekt: oesters! Hij sloopte ze met zijn mes van de wand en at ze uit het vuistje. Ik had nog nooit in mijn leven de moed kunnen opbrengen om zo’n rauw slijmerig diertje naar binnen te slobberen, maar toen ik zag met hoeveel smaak de kapitein zich te buiten ging aan het verse zeebanket, heb ik me laten verleiden. De eerste die Rob mij aanbood verdween (per ongeluk?) over boord toen ik probeerde hem aan te pakken. De tweede zette ik vol goede moed aan mijn mond en slobberde de inhoud van de schelp naar binnen, zoals ik had afgekeken. Ik voelde een kokhalsneiging opkomen toen ik het snotterige klontje door mijn keel liet glijden. Maar ik hield het binnen en wist zelfs nog een tweede exemplaar te overmeesteren. Daarna heb ik snel een mueslireep gepakt uit mijn zwemvest om de zoute smaak te verdrijven. Ik snap inmiddels ook helemaal waarom er een verband wordt gelegd tussen oesters en erotiek, maar daar zal ik niet over uitweiden.
Toch heb ik die avond, bij een fabelachtig mooie zonsondergang, zittend met mijn vrienden hoog op een rots boven ons laatste bivak en onder het genot van een goed glas wijn (de voorraad was in Sauzon aangevuld!) mijn grenzen definitief verlegd. Rob had er nu namelijk ook citroensap bij gedaan. En ik moet eerlijk zeggen: een verse oester, met een paar druppeltjes citroensap is werkelijk een delicatesse. Het is als met zoveel dingen: je moet ze leren eten!