Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Bezoek aan het Wormer en Jisperveld 6-5-2007

Bezoek aan het Wormer en Jisperveld 6-5-2007

Henk Hoogerwerf heeft onze vereniging verrast met een door Natuurmonumenten ondersteund bezoek aan het Wormer- en Jisperveld. Eén deel van deelnemers ging per boot, het ander deel per auto met opgeladen boot. De kanotocht vond plaats in de stilte van het vroege uur en onder een wegtrekkende bewolking. Bij het sluisje van Wormer de boten geparkeerd.
Om 9:15u ontmoeten we elkaar bij de Poelboerderij in Wormer. Maarten Muller en een vrijwilligster ontvingen ons op de Poelboerderij met koffie en cake.
Maarten vertelde ons het verhaal van de veenweiden in Holland en die van het Wormer- en Jisperveld in het bijzonder.

Noord Holland was eens een dikke plak laagveen ontstaan in een lagune achter een lage duinenrij met een slechte afwatering naar de zeekant, zodat op het laagveen een dikke plak hoogveen groeide.
In de vroege middeleeuwen vormde zich het Marsdiep en veranderden het Flevomeer en de afwatering daarvan tussen Vlieland en Terschelling zich tot de Zuiderzee. De Waddenzee kreeg haar huidige aanzicht. De duinrand sloot zich grotendeels, zodat vrijwel geen afwatering naar de Noordzee plaats vond. De ontwatering moest grotendeels via de vele kreken naar de Zuiderzee.
Met de ontginning vanuit de duinen in de vroege middeleeuwen klonk dit land wel een twee à drie meter in, want ontginnen betekent ontwateren en ontwateren betekent inklinking en oxidatie van de mosresten. Slechts een korte tijd leende dit land zich voor landbouw, door zijn inklinking was het later slechts geschikt voor veeteelt. De slappe bodem bood weinig weerstand aan de kracht van het water, zodat op vele plaatsen de veenrivieren zich konden verbreden tot meren. Ook het gebruik van gestoken turf als brandstof voor de opkomende woonconcentraties hielpen hierbij. Gelukkig was de kwaliteit van de turf zo slecht dat de turfwinning op den duur vrijwel geheel gestaakt werd.
Als je de landkaart van het toenmalig Noord Holland bekijkt, lijkt die op een uitvergroting van de maquette van het huidige Wormer- en Jisperveld, een door water dooraderd landschap.
Zoals in vele veenweiden waren ook hier de boeren vaarboeren. De kleine landjes dienden als weiden, waartoe en waarvan het vee per praam na iedere melkbeurt werden “verwaait” (verweid). Ook de rietoogsten werden per boot afgevoerd. In het aangrenzende Oostzaner veld werkt nog slechts één vaarboer. De efficiency-normen van de huidige bedrijfsvoering lenen zich niet voor deze bedrijfsuitoefening. En dan krijg je een probleem: of je laat het geheel tot een moerasbos verlanden of je moet de oude functies van het landschap blijvend subsidiëren. De overheid heeft met wisselend enthousiasme gekozen voor dit laatste.
Dat ook Natuurmonumenten efficiency nastreeft, blijkt wel uit ons volgend bezoek per kajak aan de gigantische stal met Limousin-koeien, waarvan ik de horens wel een beetje mis. Gekozen is voor deze koeien omdat ze minder zorg nodig hebben en gemakkelijk kalven. En eerlijk gezegd vind ik hun verschijning veel mooier dan de meeste schonkige zwart-witte melkmachines die bij ons in de wei staan. Dat ook dieren dit onland niet geheel vertrouwd is, bleek wel uit het kadaver van een verdronken geit, dat juist tijdens ons bezoek door een beheerder werd binnengevaren.
Al een jaar was ik niet meer in dit deel van het veld geweest. Iets ontbrak in mijn zichtsveld, maar wat?
We voeren naar de Marken, naast het Zwet en de Poel het andere meer in het veld.
Daar zag ik tot mijn schrik dat de vrijwilligers een heel moerasbos hadden geveld om weer te komen tot het oude aanzicht. Graag voer ik graag met mijn gasten naar dit bos om te laten zien wat een pioniersbos is, ik zal een ander voorbeeld moeten zoeken. Ook was dit één van de eerste bossages, waarin ik altijd veel roofvogels zag, uitkijkend over het kale landschap naar prooi, vooral spitsmuis en jonge weidevogels.
Overigens vind ik dat in heel laag Nederland de verbossing toeslaat. Als je b.v. 40 jaar geleden in Friesland voer, kon je je oriënteren op de kerktorens; nu wordt deze oriëntatie door de vele bossages vertroebeld. Zie ook de kop van Overijssel, de Weerribben en de Rottige Meente, vroeger met vele rietvelden en spaarzaam geriefshout, nu een groot moerasbos. Natuurlijk, wel mooi, maar niet de oude cultuurstaat.
Maarten wees ons op het hier veel voorkomend plantje Zonnedauw, dat in deze zure grond van het trilveen slechts via kleine insecten op zijn lokblaadjes aan de benodigde eiwitten kan komen.
De volgende stap was een weidje dat door de gemeente Wormer onderhouden, d.w.z. éénmaal 's jaars gemaaid wordt. Zelfs dan zie je al een andere, armere, begroeiing.
Inmiddels was de wind zo toegenomen, dat verdere explicaties zou verwaaien, zodat we besloten via het Zwet en de Poel of zoveel mogelijk binnendoor terug te varen naar Bloem. Daar kon ik Tiny's nieuwe boot, een Zweedse Point 65, in wat onstuimiger water bewonderen. De boot deed het goed. Wat een mooi ding, geriefelijk en mooie slanke lijnen.
Bij Arend nog even gepauseerd om vervolgens òf per auto òf per boot terug te gaan naar de vereniging.
De terugweg was spannend, de wind was flink toegenomen en op het meer pal tegen. .
Om met de woorden van mijn introducé Jan Zaal te besluiten:
*korte impressie.
*Lekker vroeg,
*simpel, ruig, sportief inspannend.
*Delen en geven in zeer bijzonder bezit.(aandacht voor veld),
*even smullen en relatie onderhouden bij Bloem,
*genoten van goede sfeer bij kanoclub.
*Ouderwets lekker ingespannen.