Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

ENE FRAAIE HISTORY ENDE ALWAER

ENE FRAAIE HISTORY ENDE ALWAER (Leo Mollema)
Oftewel
Ene avontuurlyke nagttogt
En
Ene verkenninghe in het Jispervelt


Geestdriftig gemaakt door een paar leden besloot ik mij in te schrijven voor beide bovengenoemde evenementen
Voor wat betreft de nachttocht had ik mij thuis terdege voorbereid en mij verdiept in de laatste inzichten met betrekking tot de astronomische navigatie bij nacht en ontij en een spoedcursus “vlakke zeevaartkunde voor beginners ter kleine Kajakvaart” met goed gevolg doorlopen. en en passant nog eens de voorschriften betreffende de te voeren navigatieverlichting doorgeworsteld. Dit alles onder het mom van: een kleine moeite voor zulk een groots evenement.

Na een helse tocht vanuit Delfzijl (volgens de Grote Bosatlas nog nét binnen de Nederlandse grenzen gelegen) kwam ik op tijd aan bij de KVU. Na mij ontdaan te hebben van stof en dieselkwalm-aanslag stak ik mij in het frisse neopreen en na een korte afscheidsgroet aan alle achterblijvers scheepten de 6 deelnemers onder de bezielende leiding van Peter zich in voor De Grote Nachttocht, het nachtelijk avontuur tegemoet!! De duisternis was intens en voldeed daarmee aan de gestelde criteria.
Direct na het passeren van de brug kregen we wind en zee recht van voren, kortom : alle ingrediënten voor een spannende nachttocht leken voorhanden. Alles bij elkaar had ik het gevoel dat ik in een mooie droom was beland, de tijd vlóóg voorbij. Zó snel zelfs dat we, vóór ik er erg in had, alweer bij de kanoloods terug waren. Een vluchtige blik op mijn klokje leerde mij dat de droom in werkelijkheid slechts drie kwartier had geduurd.
Afgepeigerd en wel togen we huiswaarts .Ik hoefde niet direct weer terug naar Delfzijl omdat een goede vriendin van mij met de goedheid haar’s harten mij een slaapplaats aanbood alwaar ik mij geestelijk kon gaan voorbereiden op de op handen zijnde excursie naar het Jisperveld.

Met 8 deelnemers, waarvan sommigen nog donkere wallen onder de ogen droegen als gevolg van het opgedane slaaptekort van de nacht tevoren, togen we richting ontmoetingscentrum Poelboerderij……………….
waar het rendez-vous met de gids en de overige deelnemers zou plaats vinden. Hier kregen we van hem een interessant verhaal te horen over de ontstaansgeschiedenis van het Jisperveld en hoe het in de afgelopen decennia door Natuurmonumenten werd en nog steeds wordt beheerd.
Tijdens een bezoek aan de proefboerderij van Natuurmonumenten zagen we daar een groot aantal koeien en kalveren die, (om een of andere reden mochten ze nog niet naar buiten), in gezelschap waren van een formidabel koeiebeest dat op uitbundige wijze de uiterlijke kenmerken van de Heer der Schepping droeg. Op de vraag van één der deelnemers of deze stier nog wel “”in bedrijf”was antwoordde Maarten de gids met enig gevoel voor understatement: “op dit moment niet”. De hier aanwezige Limousin runderen worden ecologisch gekweekt en dit is dan oa. de plek waar de alom bekroonde en gelauwerde Vleeskunstenaar Hans van Borre in Castricum zijn grondstoffen betrekt.(het is maar dat u het weet!)
Het door talloze slootjes doorsneden landschap dat een grote diversiteit aan planten en vogels herbergt, doet, mede door zijn ontstaansgeschiedenis, de geest soms dwalen.Alleen de naam al heeft een afschrikwekkende betekenis. De vroegste kronieken vermeldden reeds dat Groningse zeevaarders en zendelingen onder aanvoering van de roemruchte Haiko Hinnerk Grijpstra geprobeerd hebben hier de allereerste beginselen der beschaving te introduceren De streek was dermate onherbergzaam en vijandig dat zij het dan ook de toepasselijke naam Djebel al Pir gaven, hetgeen vrij vertaald uit het Gronings zoveel betekent als: “wee uw gebeente’ en dat later is verbasterd tot Jisper. Deze lieden bleken over een sterk kosten/baten besef te beschikken zodat ze al gauw tot de conclusie kwamen: “it ken nait meer oet, mien jong”. Bovendien waren deze veroveraars te fijn besnaard, dus gaven ze na enige tijd de pijp aan Maarten en trokken ze snel aan hun stutten. En wat te denken van de overal aanwezige doodenge vleesetende planten?! De meest voorkomende engerd werd reeds door de Romeinen de Solaris Dauwis Terribilis genoemd en vervolgens in de 18e eeuw door Carl Linnaeus met groot respect onder het geslacht der Carnivorae gerangschikt. Deze plant blijkt de hoofdreden te zijn geweest dat ook de Romeinen deze streek voor gezien hielden en de zaak over lieten aan serieuze, hardwerkende monniken van Bataafse origine. Onder deze noeste werkers waren er velen die ten prooi vielen aan de onstilbare honger van de SDT, zoals de plant in die tijd met passend ontzag werd genoemd. Op de plekken waar zij hun verschrikkelijk, maar toch wel zinvol einde vonden groeit en bloeit nu nog steeds de Blauw Geruite Koekoeksbloem(naar analogie van de BGK van de Ruyter). Vroeger werd dit gebied ook gedomineerd door allerlei verschrikkelijke vogels(oa. door Annie M.G.Schmid zo voortreffelijk verbeeld in haar verhaal “de vogel Bis-Bis-Bis) die geëvalueerd zijn tot de moderne, vrij onschuldige buizerd en kiekendief die s’zomers de “raitgörs en s’winters, als het sneeuwt, de “sneigörs” als hoofdgerecht op hun menu hebben staan.
Op de terugreis bleek dat wind en zee van onze afwezigheid gebruik hebben gemaakt om aanzienlijk in sterkte toe te nemen. Met een stevige bries recht van voren was het werken geblazen, waardoor we ruimschoots in de gelegenheid waren om de opgedane interessante wijsheid en bloedstollende impressies te verwerken.

Met een voldaan gevoel wil ik Henk (de organisator) en Maarten (nee, niet die van de pijp), ook namens de andere tochtgenoten, bedanken voor deze excursie!!
Leo Mollema.