Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Mecklenburg-Vorpommern

Mecklenburg-Vorpommern van 17-7 tot 25-7-2005

“Die Fliesenleger auf See Schau”
Door: Eric (m.m.v. Max, Cor, Herman en Eric)


Voorbereiding
Cor nam op zich een globale waterkaart van het gebied viermaal te laten kopiëren en plastificeren. Tijdens de tour waren vele andere kanoërs er stinkend jaloers op. Jammer, dat daar de bruggen als herkenningspunten niet opstaan!
Ik moest voor voedsel voor de eerste dag zorgen. Mijn Heinz zalmspread gaf Max helaas braakneigingen. Eigenlijk wil die jongen niets anders dan gebakken ei en dan maar sparen voor de thuiskomst!
Omdat ik het vorig jaar zo netjes heb gedaan, moet ik ook nu de kas bijhouden. Lieneke heeft me een kasboekje meegegeven om netjes alles te noteren.

Zondag
Om ongeveer 8 uur reden we weg van de vereniging.

Zondag
Om ongeveer 8 uur reden we weg van de vereniging.
We raakten elkaar even voorbij Groningen kwijt, maar verderop in Duitsland vonden we elkaar terug na enig telefoonverkeer.
In Groningen zagen we het ook het vollopend meer van de Blauwe Stad. De kleur van het informatiecentrum is echter oranjerood.
Alles reed netjes door tot bij Hamburg, waar een beetje “Stau” was.
Doel is Babke, een stipje in het Mecklenburger landschap, in het Müritz National Park, bij een stuwtje in de Ober Havel. Daar is een Fischerei/ Imbiss, waar je mooi kunt kamperen én vis eten!
Daar waar de Grosse Strassenkarte Deutschland en de routeplanner ons in de steek lieten, konden we verder navigeren op de Wasserstrassenkarte, die wij ons vorig jaar hadden aangeschaft. Uiteindelijk zijn het maar Kleine Strassen daar. Als een onfeilbare Wasserstrassenhinundwiederführer leidde ik onze Truppe naar Babke. Tijdens het rijden al vele Aha-Erlebnissen: plaatsjes als Mirow en Granzow, de sluisjes en de doorkijkjes naar de meren.
In Babke eerst aan het bier, vervolgens Fisch met Kartoffelnsalat of Pommes én bier en dan pas de tentjes uitgezet. De auto’s konden we laten staan tijdens de trektocht.
De avond brachten we door in het gezelschap van zeer actieve muggen.
Maandag
We hadden afgesproken dat we dit jaar wat meer aandacht aan cultuur zouden hebben, hoewel dat niet af te leiden was aan het “slappe gelul”, waarmee we ons onderhielden. Dat betekende o.a. dat we de volgende dag naar Neustrelitz zouden varen, volgens de brochures een mooie stad. Over land slechts een 3 à 4 kilometer, over water is dat een tocht van een dikke twintig kilometer. Eindelijk zagen we dan de beroemde visarend bij de kleine meertjes in het Müritz-park.
In Neustrelitz is geen officiële camping, dus kampeerden we op de jachthaven. De havenmeester moest ons tot zijn spijt 20 Euro berekenen, 5 Euro per tentje. Hij begreep niet dat we niet in één tent slapen, nou, ik wél! Deze avond komen we niet verder dan de haven zelf, waar een frietkot met de fameuze Würst staat. Dus bier met worst, friet én bier. Het bleek dat we erg in de smaak van de muggen-vrouwtjes vielen, want als echte groupies zijn ze ons nagekomen. Kieskeurig zijn die dames ook: Cor als voor-, Max en Herman als hoofd- en mij als nagerecht.
Dinsdag
De volgende dag begonnen we aan onze culturele missie. Eerst het park van het voormalige kasteel. Daar werd een operette voorbereid, “die lüstige Witwen”, waarvoor het kasteel in steigers met beschilderde doeken deels werd herbouwd. Het stadje zelf bestaat uit een groot plein, waaruit de straten als stralen weglopen. Het Neu van Neustrelitz is dat het in de 18e eeuw door een hertog is opgezet met veel gevoel voor grandeur. Dus vele grote gebouwen in Barok en Empire, die recent zijn opgeknapt met zacht geel of oranje pleisterwerk. Het zicht op de haven wordt grotendeels bepaald door een tweetal grote pakhuizen in Hanze-rood baksteen, die gerenoveerd worden tot appartementencomplex.
Nadat we een nieuw haakje voor Max’s hengel, kanoschoentjes en een reparatiebuisje voor een tentstok hadden gevonden, dronken we smakelijke koffie met vruchtengebak op het terras van een Bäckerei/Konditorei.
Op de terugweg op markt aten wij nog een hete hond. Daarbij werden we overvallen door een enorme stortbui, waarbij we met man en macht de oven, parasols en bedienster redden naar binnen in het Chinees restaurant, waarbij ze behoren. Daar hadden ze lekkere dingen, onbeperkt te eten voor zo’n 7 Euro! De winst zullen ze wel uit de drank halen. Ik denk, een aanrader voor een volgende keer.
Ook voor een volgende keer een bezoek -van een heel ander kaliber- aan het Frauen Konzentrationslager, waaraan Cor en Herman graag een bezoek wilden brengen.
De wind en de zon hebben onze tenten weer redelijk gedroogd.
Nadat de kampeerspullen in de boten zijn verdwenen, voeren we weer een heel stuk terug langs de route van de vorige dag. Het valt mij op dat de ruimte in de boot steeds meer wordt. De voedselopslag neemt echter steeds meer ruimte en zeker gewicht in beslag. Gelukkig raakte de fles Berenburger, ondanks dat niemand deze hoestdrank lust, steeds verder leeg.
We eindigden in Wesenberg, bij de Kanu-Mühle, omdat Max meende dat ik moe was. Dat viel wel mee, maar het samenspel van de vele alcohol van vorige avond en m’n nieuwe peddel gaven wat coördinatieproblemen in de harde tegenwind op het meer. Wel ben ik nadien maar op de witte wijn overgegaan!
Het weitje was behoorlijk gevuld, zeker toen daar nog een troep Duitse padvinders bijkwam. Deze namen met hun manifestatiedrang en behoefte aan Lebensraum veel ruimte in beslag, zeker als ze er een kampvuur bij ontstaken. Dit geheel was voor ons weer reden tot a-cultureel gesmoezel, hoewel Herman er toch wel de charme van dit soort instituties inzag.
’s Avonds hebben we een kleine wandeling gemaakt om te ontdekken dat er dichter bij Wesenberg in de gemeentehaven aantrekkelijker kan worden gekampeerd.
Wat we die avond meer dan bier hebben genuttigd, kan ik me niet meer herinneren. Ik weet wel dat Cor zich tijdens deze vakantie heeft ontwikkeld tot een ware Krautermeister.
Woensdag
We werden door de padvinders bij het ochtendeten verrast op een eentonig en repeterend samenzang over de wind uit de bundel van de Duitse padvinder, gevolgd door een openbaar gebed. Vervolgens werd er een grauwe edoch voedzame pap verstrekt aan de hongerige snaveltjes der welpen. Op naar Fürstenburg. Een heel mooie tocht. Koffie drinken we bij de Fischerei bij Ahrensberg. We nemen gerookte forel en zalm mee voor het middageten. In Priepert sloegen we eten in, waaronder karnemelk, die bijna een maand over tijd is, voor Herman. We hebben echter geen klachten gekregen van Herman. In een schitterende wei brood met vis gegeten, wel aldoor bedreigd door regen. Trots rolde Max weer zijn roodwit geblokte ontbijkkleedje “van Klaas” uit, dat in deze groene omgeving zeer goed kleurde. Nu nog het rieten mandje en een mooie blonde nimf!
In Fürstenburg even buiten het stadje een camping, mooi aan het water. Max wilde uitzicht op het meer, welke plek later tevens onbeschut tegen de regen bleek. Maar dat merkten we pas de volgende dag. De havenmeester was redelijk aangeschoten, dat bleek later een blijvende toestand te zijn.
’s Avonds uit eten gegaan bij een Duits restaurant. Dat was goed eten! En niet zo duur. Jammer dat Herman (de hele vakantie) niet echt kon genieten van het eten wegens een slecht passende gebitsprothese. En dan werd hij er ook nog mee gepest!
Donderdag
De volgende morgen begon het na ons eten zwaar te regenen. Aanleiding om allerlei dingetjes in de tent te doen, waaronder slapen. Tussen de grote buien door nog een gesprekje met de havenmeester gehad. Hij was de gelukkige bezitter van de hoogaars (een historisch type visserschip in de Zeeuwse wateren werd gebruikt) YE47, volgens de documentatie in 1898 gebouwd te Alkmaar. Het scheepje zag er wat verwaarloosd uit, de motor was in slechte conditie. Het bijzondere was dat het grootzeil op dit schip niet met een spriet, maar met een gebogen gaffel was ontworpen en uitgerust bij een Noordhollandse werf. Hij had het scheepje van een vriend uit Ostfriesland overgenomen.
’s Avonds weer naar het dorp gesjokt, voorbij de voormalige mengvoederfabriek, die nu staat te wachten om afgebroken te worden. Ook elders zijn deze fabrieken verlaten, terwijl ze, gezien hun grootte, voorheen vele mensen werk verschaften!
Bij de Vietnamees hebben we gegeten. Misschien iets goedkoper dan het Duitse restaurant, maar zeker niet smakelijker. Eigenlijk is de Vietnamees een immitatie-Chinees!
Vrijdag
De volgende morgen een lang traject, deels langs de Wasserstrasse en deels door een gebied alleen voor boten zonder schroefvoortstuwing. Deze natuurgebieden hebben een magische aantrekkingskracht op mensen, die menen dat volleybal en badminton in hun blootje het opperste genot is.
Maar we vonden ook nog een camping, waar we onze zwembroek mochten aanhouden, Fleethermühle. Leuke camping met een pizza- en Bratwürst- “bistro”.
Met plezier keken we naar de baas en zijn twee dames. De baas was een nerveuze juffrouw Ooievaar in zijn bistro, terwijl de dames vrolijk maar zeer gedecideerd hun brood- en Torte-Laden bestierden tot na sluitingstijd. En dat alles op hun vrije avond.
Uit de commentaren van de dames bleek dat er slechts weinig Nederlanders in dat gebied komen, behalve “unsere Hendrik”: bij de camping was een kano-verhuurderij van een ex-Tukker, Hendrik, die al 10 jaar in dit gebied verbleef, oorspronkelijk gedreven door de liefde. Hij verwees ons naar een restaurant, waar een goede pot werd gekookt voor een redelijke prijs. Ook adviseerde hij ons langs dezelfde weg terug te gaan, maar dan af te slaan naar Wustrow, daar over te sjouwen en dan over een lang meer en later de Schwanhavel naar Wesenberg te varen.
Zaterdag
Het advies opgevolgd. Een mooie route, tot vlak bij de sluis van Wesenberg. In Wustrow overdragen en meteen winkelen in een mini mini-super. Daar werden mijn kuiten betast door een ouwe tanige Duitser uit Halle, Saksen-Anhalt, die zich afvroeg, of die kuiten alleen van het fietsen komen. Halle is de stad van Bach, nee verbeterde hij mij, van Luther. Hij vertelt tevens dat ook fietsen en kanoën uiterst luxueus in de oude DDR waren en er slechts enkele campings waren. Toch vermoed ik dat vrijwel alle campings, die wij bezochten, uit die tijd stammen, gezien hun Spartaanse aankleding en naamsaanduiding C19 etc.. Ook de vele vouwboten van het Oostduitse merk Pouch en het respect van andere watergebruikers voor kanoërs doen mij vermoeden dat in dit gebied ook vóór de Wende veel werd gekanood.
De Schwanhavel gaat door moerasbos. Door recente uitdieping en het heldere water kun je de veenlagen op het zand goed zien.
In Wesenberg kozen we voor de gemeentelijke jachthaven, waar een zeer olijke en goed aangeschoten havenmeester ons informeert dat de sleutel voor het heren-washok ook past op dat van de dames. Toen hij me geld teruggaf, hem ik hem erop gewezen dat dat een tientje teveel was. Toen hij dat begreep, was hij zeer verheugd: weer een fles Schnapps verdiend! Het is een gezellig terrein, maar het vrouwelijk schoon kon ons niet verleiden gebruik te maken van de sleutel-optie. Max en ik gingen snel boodschappen doen in de locale supermarkt, die volgens Cor op 200 meter van de haven lag. Een kwartier later bleek dat bijna twee kilometer te zijn. We moesten veel inslaan, want de volgende dag is het zondag.
Dit was de eerste (en laatste) keer dat we avondeten klaar maakten.
Hier waren ze nog niet zo ver met restauraties. Je kon zien dat al die gepleisterde huizen in feite allemaal vakwerkhuizen zijn. Hier zagen we ook een ernstig verwaarloosd voorbeeld van een Berlijnse stijl woonkazerne. Ook zie je dat goed grenenhout een lange levensduur heeft. Het verse hout heeft een heerlijke harsige geur.

We besloten Max’s recept klaar te maken: kikkererwten met sardines, uien, olijfolie, paprika, komkommer, olijven en wat nog meer eetbaar aan groenten, zowaar een goede darmreiniger. Cor brengt zijn Struik kant-en-klaar maaltijden in, en ik extra zalm uit blik. Wij dronken bier de muggen dronken ons en de havenmeester Schnapps.
Zondag
Max werd gewekt door gitaarspel en gebed. De Jezus-freak naast ons start zo zijn morgen. Gelukkig geen ondertiteling, zodat ik niet wakker werd. Later probeerde hij op een steigertje nog een zwanenfamilie te bekeren, maar die keerde zich af. Misschien had hij beter het brood met hen kunnen breken!
Ik had al meerdere keren geconstateerd dat vele van deze kano-vakanties worden georganiseerd door apostolische gemeenten.
Deze dag een kleine route, maar wel weer het gebied in, dat ik het mooiste vind: het gebied van de Oberhavel.
Bij Zwenzow moesten we met de lorrie overdragen.. Dat kostte mij bijna mijn kajak. Ik sleepte de lorrie met mij en voordat ik het in de gaten had, schoot die de helling af mijn boot tegemoet. Ten koste van een lichte kneuzing van mijn hand en de toeschietende Max kwam de lorrie tijdig tot stilstand. De sluiswachter daar heeft een luizenbaan, geen motorboten te bedienen, vrijwel alleen kano’s en die kunnen per lorrie!
Zowel Max als ik wilden graag aanleggen in Userin, dat zo mooi en verzorgd aan de Useriner See ligt. Er is echter geen winkel geopend. Maar een kleine wandeling doet ons goed. Ook aten we daar. Een zestal jongens laadden hun 3 boten vol: kratten bier en frisdrank, een heuse houthakkers-aks en nog wat kratten, onvoorstelbaar wat er in deze boten moest!
Van dit meer vaar je de Oberhavel in. Hoewel die route tamelijk druk is, is die wonderschoon. Een aantal meertjes wordt door de Oberhavel aaneen geregen. Bij Blankenförde zagen Cor en ik een jonge otter in het water zwemmen, absoluut geen rat. Navraag bij de visser in Babke leert ons dat dit zeer wel mogelijk is. Hier is ook weer hét gebied van de roofvogels en de ijsvogeltjes, hoewel die elders ook ruim aanwezig zijn. Op één of andere manier vind ik de meertjes in het Müritz Nationalpark mooier; door de lichtval, door hun coulissen van bomen?
’s Avonds werden we ontvangen op de Fischerei in Babke. We moesten wel na het eerste biertje eten bestellen, want de handel ging om 7 uur dicht. Later kwamen er nog mensen aan en bleek de sluitingstijd ook hier toch wat rekbaarder te zijn.
Max beproeft zijn nieuwe haakje, dat met de patentsteek van Cor onwrikbaar zit. Onderaan de trapstuw vangt hij een twintigtal visjes, die nog wat groter moeten groeien.
De visser vertelde dat hij uit Rostock komt en na de Wende met een partner de Fischerei heeft overgenomen. Vissen met netten doen ze nog. In de winter vullen ze de bassins met vis, die ze met Kerstmis en Pasen op markten uitventen; topomzet. Dat de zaken goed gaan, blijkt wel uit de grote 4Wheel drives waarin de bazen rijden.
’s Avonds nog een wandeling door de beemden en Babke.
Maandag
’s Morgens netjes op tijd op. De tent nat in de zak. De boten op de auto’s en na een prettig afscheid van de mensen van de Fischerei reden we terug naar Holland.
Juist nu zagen we veel dieren; kraanvogels en ooievaars bij Granzow en haviken. Later langs de Autobahn in de korenvelden herten en reeën.
Opvallend zijn de grote graanvelden, de woeste grond, maar het vrijwel ontbreken van koeien. Typische campingvogels waren het veelvoorkomend roepie-roepie vogeltje en de polifinario, die in de late avond- en alcoholnevel hun gezang laten horen.

Onderweg gaat het nog even fout bij de pomp; wat dat vertel ik niet, want dan krijg ik weer de schuld! Ook hier weer voor Hamburg een beperkte Stau voortkomend uit werkzaamheden aan de weg.
Het eerste benzinestation na de Afsluitdijk was de laatste stop: diesel voor de auto’s, vunzig balletje gehakt voor de mensen.
Afladen bij de vereniging en dan snel naar huis, Max was niet meer te houden. Om een uur of zeven waren we thuis. Wegens achterstallig onderhoud moest Max meteen in de tobbe met groene zeep!

Nabeschouwing
Het weer was minder schoon dan vorig jaar; één dag echt verregend, de andere dagen waren veelal bewolkt en de regen dreigde vaak. Door de vochtige warmte waren er ’s avonds veel muggen.
Vorig jaar veel afstand gevaren, dit jaar veel meer aandacht voor het land en zijn bewoners; de natuur en cultuur. Doordat het vaarwater nu bekend was en de kaart op het voordek lag, minder gezoek. Dat geeft een andere kijk op de omgeving.
Der hamvraag: moeten we volgend jaar kijk op een andere omgeving nemen?