KVU Kanovereniging Uitgeest

Aan het eind van de dag stapt Fred op me af met de vraag of ik nog iets wil doen. Voordat ik er erg in heb zeg ik toe dit verslag te schrijven. Ook bij Peddelpraat immers zien de overige deelnemers bij “the new kid in town” schrijverskwaliteiten die ze zelf niet menen te hebben.

Nu is dit mijn derde Peddelpraattocht dit jaar al, zodat ik nog aardig ben weggekomen. Ik had me dinsdag tevoren telefonisch aangemeld voor Den Oever – Den Helder v.v., 22 zm (40 km) op stromend water. Met dit jaar al redelijk wat kilometers in de armen goed te doen. Vrijdagavond zou uitsluitsel brengen over het definitieve wat, waar en hoe laat. Donderdagavond de voorgeschreven zv-uitrusting verzameld, nagekeken en ingepakt. Een hedendaagse zeekajakker kan niet zonder elektronische speeltjes, dus horloge, telefoon en marifoon van voldoende prik voorzien. De ontwikkeling van het weer en bestudering van het getij deden echter al vermoeden dat de plannen aangepast zouden worden.

En daar kwam het telefoontje voor de vrijdagse update.
“Er zijn nieuwe tochtleiders, we gaan niet het wad op en we vertrekken vanuit Medemblik naar Den Oever. Ga je nog mee?”
“Natuurlijk.”
“Je mag een uur later komen.”

Zaterdag 22 april tegen 9:00 uur bij het strandje aan de vooroever. Er staat al een auto met kajak. Hier zal het vertrek zijn. De verwachting is N(W) 5 tot 6 Bft, koud en zo nu en dan regen. Het blijkt allemaal uit te komen.

We zijn met z’n vijven. Van de oorspronkelijke aanmelders zijn er drie over en twee tochtleiders.  Na een korte briefing en inspectie – heeft ieder een sleeplijn – gaan we het water op. Tweehonderd meter in de luwte en dan vol er tegenaan. Op weg naar de eerste stop, Oude Zeug. Deze haven is oorspronkelijk gebruikt als werkhaven bij de aanleg van de Wieringermeerpolder. De naam komt van de gelijknamige zandplaat in het IJsselmeer. Na een paar uur buffelen arriveren we bij Oude Zeug. Besloten wordt om bij het strandje onder het huis aan land te gaan. Onbekend met de locatie verwacht deze kustbewoner een zandvlakte waar je kan aanlanden. Strandje in de definitie van Onno blijkt een stukje zand van hooguit 1 meter breed, aan de voet van een met basaltblokken beklede dijk en een paar decimeter onder water. Na alle boten met vereende krachten op de dijk te hebben gelegd is het goed pauzeren met koffie en brood. In de luwte, dat wel.

We vervolgen onze weg naar Den Oever. De wind die inmiddels uit het noorden waait, zorgt ervoor dat we min of meer aan lager wal zitten. Door de kenmerkende korte golfslag van het IJsselmeer nemen we steeds water over. Iedereen is erop gekleed maar de combi van hard werken en warm blijven in het koude buiswater zorgt voor een permanente behoefte om te eten. Ter hoogte van het dijkgat wordt beraad gehouden. De wind neemt zoals verwacht eerder toe dan af en Den Oever is in deze omstandigheden nog zeker anderhalf uur varen. Besloten wordt om nu rechtsomkeer te maken en nog een eetpauze in te lassen bij Oude Zeug. Voor de wind varend gaan we terug naar het inmiddels bekende onderwaterstrandje voor koffie en brood.

Verkwikt en gelaafd, maar ook afgekoeld stappen we weer in de boot. Uit de beschutting van de haven krijgen we meteen weer de volle laag. Nu blaast de harde wind ons weer in de richting van Medemblik. Omdat ik nauwelijks over surfkwaliteiten beschik blijft het toch behoorlijk werken. Het voordeel is wel dat ik weer enigszins op temperatuur kom. Met enige jaloezie kijk ik naar de anderen die hogere snelheden weten te ontwikkelen. Na verloop verloop van tijd passeren we De Ambtenaar, de megawindturbine aan de rand van Medemblik. Naar verluidt wordt hij zo genoemd omdat hij gestaag doorwerkt. Met bewondering kijken we naar de kinderen die in hun kleine zeilbootjes voor de jachthaven in de harde wind het ene na het andere rak varen. Dat moet toch ook een frisse bedoening zijn.

Om ongeveer half vijf zijn we weer terug bij het punt van vertrek. 32 kilometers in de armen rijker. Bij de debriefing stellen we vast dat de keuze voor dit (ingekorte) traject in plaats van Den Oever – Den Helder verstandig was. En hoewel het werken was, heeft iedereen  deze tocht zonder problemen uitgevaren. En het Wad… dat loopt niet weg.

Chris, Fred, Nico en Onno bedankt!


Gilbert Kuster