KVU Kanovereniging Uitgeest


Elke reis begint met een plan. Een groepje vrienden maakt al een aantal jaren samen kajak-tochten. Deze keer is het plan om te starten in Grebbestad (Z.) en te eindigen in Kragerö (N). Eerst met de veerboot van Kiel naar Göteborg en vandaar naar Grebbestad, om te starten. Het is 6 juni, als we in alle vroegte vertrekken bij de loods van Kano Vereniging Uitgeest. Wij zijn Henk, Jos en René en ons eerste reisdoel is Breezand, om Theo op te halen. Tot onze verrassing staat daar een uitgebreid ontbijt voor ons klaar, verzorgd door Lidy, Theo’s echtgenote. De stemming zit er meteen goed in! Ook de rit naar Kiel verloopt voorspoedig, zodat we al om 13.30 in de rij staan voor de veerboot van Stena Line. Jos maakt van de gelegenheid gebruik om even de stad in te gaan en komt terug met vier “opvouwbare” borrelglaasjes, van RVS. Die zullen een speciale functie krijgen tijdens deze reis.

II
6.15 uur, 7 juni. Wreed word ik uit mijn slaap gerukt door een stem die via de luidspreker in onze hut in drie talen de veiligheidsinstructies begint op te dreunen. Zeker het verkeerde bandje gestart! Gelukkig is het ontbijt aan boord weer prima. Vroeg in de ochtend rijden we op ons gemak Zweden in. Maar het is een regenachtig Zweden. Als we niet lang daarna arriveren bij ons gedroomde vertrekpunt ziet het er niet veelbelovend uit: donkere wolken hangen dreigend boven een natglanzend Grebbestad. Om het moreel hoog te houden zet Theo zijn beroemde verse koffie in het plaatselijke toiletgebouwtje en even later beginnen we met het gebruikelijke gepuzzel om de complete uitrusting in de beperkte ruimte van de kajaks te stouwen. De regen is nog slechts een aarzelend motregentje en in de loop van de middag stappen we in op het kleine grijze zandstrandje en maken ons los van het land.

III

FIJN, WE VAREN EINDELIJK.

Fijn, we varen eindelijk. De navigatie is weer in de vertrouwde handen van René (kaartmateriaal en tablet) en Theo (GPS) Geen overbodige luxe in een gebied met honderden eilandjes en schiereilanden. Eerst zoeken we uit nostalgische overwegingen naar het plekje waar we de vorige keer ons laatste kamp hadden en waar we toen een tijd naar hebben gezocht. René noemt het daarom Blooper Eiland, maar in werkelijkheid heet het Kaften. Deze keer vinden we het snel, maar omdat het nog te vroeg is om al te stoppen zetten we koers naar Havsten, waar we kunnen neerstrijken op een prachtig grasveld met dito strandje. Koken en eten doen we onder de grote tarp die René uit zijn boot tovert. Het blijft regenachtig en koud. Weer weet Theo het moreel te redden door bij de bonenschotel van de firma Hak rode wijn uit een grote zak te schenken. Met een vol buikje duiken we lekker vroeg  onder de wol / in het dons.

IV
 Het is droog de volgende ochtend, maar helaas, er is KNUT-alarm. Knutjes zijn minuscule vliegjes die dol zijn op bloed. Ik heb ergens gelezen dat ze in Suriname mampieren worden genoemd en ik vind de verwijzing naar de beruchte bloedzuigende vleermuis wel terecht, ook al hebben we in Europa andere soorten.  Met  netjes over onze hoofden is het wel uit te houden, maar je moet goed nadenken voor je een hap van je ontbijt of een slok koffie neemt en dan eerst je netje optillen. Daarbij kunnen toch enkele insecten de weg naar je gezicht vinden, waar ze vooral onder de rand van je hoed  en aan je slapen schade weten aan te richten. Er ontstaan kleine rode plekjes of bultjes die pas een dag later vreselijk jeuken. Als ik even later mijn tent aan het oprollen ben vallen de bloeddorstige monstertjes mijn blote enkels aan en dringt zich de vraag aan mij op: Is dit nog leuk??
De volgende etappe begint met een vrij lange oversteek, waarbij we pauzeren op het mooie eilandje Ramsökalven, waar onze vriend Wieger een maand eerder heeft overnacht, tijdens zijn soloreis naar de Noordkaap. Als ik dit verhaal schrijf is hij weer thuis, na een fantastisch  avontuur dat hem weliswaar niet naar de Noordkaap heeft gebracht, maar wel naar de prachtige Lofoten. Tussen Noord en Zuid Koster door volgen we een smalle zeestraat. In een kleine haven ontdoen we ons van een zakje vuilnis. Een zilvermeeuw is bezig een boodschappenmandje op een daar geparkeerde fiets te plunderen. Ik doe een poging om hem te verjagen, maar zodra ik terugloop naar de kajaks smijt hij met zijn grote snavel de verpakkingen in het rond. De eigenaar is in geen velden of wegen te bekennen en ik kan wel raden hoe hij/zij de boodschappen zal aantreffen, maar wij moeten verder.
Ook in Zweden kan het met de weersomstandigheden alle kanten op. Het wordt een prachtige dag. We zien de wolkenluchten open breken en steeds meer zonnestralen doen het heldere water fonkelen alsof er briljanten over de golven worden uitgestrooid. Het is heerlijk zo te varen, met hoge golven van achter. Jos en ik proberen te vissen met onze van tevoren geprepareerde lijnen, maar vooralsnog zonder resultaat. Tegen 17.00 uur zien we het bijzonder mooie eiland Nord Hällsö liggen, met goudgeel zandstrand, dat zelfs René die een hekel aan water heeft (daarom is hij in een kano gaan zitten!) uitnodigt tot zwemmen.  Het is moeilijk te beschrijven hoe heerlijk je je voelt als je na een dag peddelen zo’n duik neemt in het frisse heldere water en daarna droge kleren aantrekt.

EEN PRACHTIGE DAG.

Nu moet ik even een simpele traditie beschrijven die wij in ere houden: het zgn. acclimatiseren waarbij de door Jos aangeschafte inklapbare borrelbekertjes (zie I) uitstekend van pas komen. Vandaag doen we het met een Port van hoge kwaliteit, geleverd door René, die ons op het hart drukt toch vooral te “nippen”. Als even later Jos en Theo een eerste klas maaltijd serveren kan mijn dag in elk geval niet meer stuk, zeker niet als ik merk dat er vrijwel geen knutjes zijn.

V
De stoelgang is op dit eiland goed geregeld: er is een houten gebouwtje, met twee “poepdozen”, die aan vier personen plaats bieden. Twee aan twee dus, wat aan Jos de spreuk ontlokt “Gezellige kout tijdens de bout” . Maar wij gaan toch maar één voor één….. Tot mijn opluchting zijn er in het toiletgebouw geen knutten, want ik weet uit ervaring wat die met blote billen graag doen!
Vandaag, 9 juni, is een rustige vaardag: kalme zee, overwegend droog, maar er wordt voor later en voor de nacht wel regen en harde wind voorspeld. Dagelijks houden we ons op de hoogte van de verwachtingen, die behoorlijk accuraat zijn. Het is een goede dag om te vissen en we vangen enkele makrelen, die de avondmaaltijd zullen opluisteren. Onze eerste geplande overnachtingsplek wordt snel afgekeurd, omdat we zelfs nog zittend in de boten op het strandje al door wolken knutjes worden aangevallen. Hoewel de anderen er beduidend minder last van hebben dan ik, is ieder het er wel over eens dat we beter een andere plek kunnen opzoeken. Dat wordt Söndre Söster (Zuidelijke Zuster), één van twee eilanden die onderdeel zijn van het natuurpark Utre Hvaller. Verder uit de kust en vrijwel geheel open, dus geen last van vliegende pitbulls!  Het is toegestaan om hier te overnachten en we verwijderen grote hoeveelheden schapenkeutels om de tenten op het gras te kunnen zetten. De voorspelde regen is al begonnen en de tarp blijkt weer onmisbaar. We “acclimatiseren” en bereiden het avondmaal. Na het eten wordt de tarp weer afgebroken vanwege de verwachte harde wind.

Ik slaap heerlijk in mijn warme slaapzak en prijs me gelukkig met de dunne fleece binnen-slaapzak die ik op de valreep nog heb aangeschaft. Maar ik word al gauw opgeschrikt door het luide geklapper van het tentdoek. Ik had natuurlijk een paar extra stormscheerlijnen moeten zetten. Er zit niets anders op dan dat alsnog te doen. Omdat ik mijn kleren graag droog houd stap ik naakt naar buiten. Dat valt tegen! Erg donker is het niet, op deze breedte wordt het ‘s nachts maar een klein beetje donker en heel kort. De koude regen doet me al snel huiveren en terwijl ik met rotspennen de scheerlijnen vastzet begin ik over mijn hele lijf te rillen. Gauw  naar binnen, even afdrogen en proberen weer warm te worden in de slaapzak. Er breekt een knallend onweer los, met heftige bliksemflitsen. Noodweer, en die twee gasten in de rode tent maar lekker ronken, ik hoor ze tussen de donderslagen door! Gelukkig ben ik al snel weer lekker op temperatuur en val in een diepe slaap.
Als ik mijn hoofd de volgende ochtend uit de tent steek zie ik dat de rode tent al open staat en dat Theo al koffie heeft. Het is 10 juni,  droog en de storm is gaan liggen.

IN DE RODE TENT HEEFT THEO AL DE KOFFIE KLAAR.

Terwijl we zitten te ontbijten breekt er zelfs een lekker zonnetje door. We bespreken onze opties voor het vervolg van de tocht. Hoewel we van plan waren om vanaf hier de Oslo Fjord over te steken in westelijke richting, zien we daar voorlopig vanaf, gezien de  wind, 5 BF uit het zuidwesten.  Het kamp is snel opgebroken en na wat gehannes met mijn scheg, die door het ruwe vulkaanzand in de kast blijft hangen, genieten we van hoge golven die ons schuin van achteren voortjagen richting Hakö.  Die middag varen we het laatste stuk surfend voor de wind naar Engelsviken.

VI
Onze grootste zorg bij het oversteken van de Oslo Fjord is het feit dat we een brede vaargeul zullen moeten oversteken. René kan op zijn tablet de bewegingen van de scheepvaart nauwkeurig volgen, maar het blijft rustig: we zien deze dag slechts één containerschip, dat ruim voor ons langs gaat. Eigenlijk is het een saaie dag: regenachtig (wat een verschil met gisteren) en vrij koud.

EEN CONTAINERSCHIP DAT RUIM VOOR ONS LANGS GAAT.

Eenmaal aan de overkant zoeken we in een smalle doorgang beschutting achter een oude kademuur om, nog steeds in de regen, koffie te zetten en wat te eten. Maar dan komt er vlak langs de wal een veerboot met grote snelheid voorbij. De kajaks worden door de hekgolf gegrepen en op het strandje slordig neergesmeten. Die van Theo komt boven op de GPS terecht, die aan een lijntje op het voordek zat. Het apparaat werkt daarna niet meer. Gelukkig dat we nog kaarten hebben. Overigens heeft Theo zijn GPS later toch op miraculeuze wijze weer aan de praat gekregen. Het blijft een sombere, koude dag. We laveren tussen in mist gehulde eilanden door. Jos vangt onverwacht toch nog twee makrelen, maar verspeelt vervolgens zijn kunstaas. Wanneer we, enigszins vermoeid, aankomen bij de camping Svelvikstrande gaat tot onze vreugde toch nog de zon schijnen, die tot laat in de avond alles nog in een vrolijker licht zet. En wat is het toch een weelde om op zo’n moment uitgebreid onder de warme douche te kunnen!

 

DE KAMPKEUKEN WORDT INGERICHT IN EEN SPEELHUISJE.

Onze veldkeuken wordt ingericht in een speelhuisje in de speeltuin. Kinderen zijn er niet, want de vakanties zijn nog niet begonnen, dus de natte spullen worden uitgehangen over de diverse speeltoestellen. De eigenares van de camping komt ons vertellen dat gelukkig het defecte pinapparaat, toch weer tot leven is gekomen. Dit bespaart ons een stevige ochtendwandeling naar de dichtstbijzijnde pinautomaat, zodat we de volgende dag, na het afrekenen van een spotprijsje van € 30,--  wat vroeger van wal kunnen steken dan verwacht.

VII
Er wordt rond het middaguur onweer verwacht, volgens de zeer betrouwbare site yr.no, dus besluiten we om wat langer op de geplande pauzeplek te blijven. Inderdaad begint het  te spetteren, terwijl dikke wolken boven onze hoofden een grote, zwarte vuist vormen. Maar de bui zet niet echt door en het onweer trekt op enige afstand voorbij. Tijd om verder te trekken, want ons wacht een stevige oversteek, langs twee schiereilanden en voorlangs de fjord van Larvik, richting Stavern. De wind komt uit het zuidwesten en is aangewakkerd tot naar schatting 7 bft.

DE GOLVEN LOPEN HOOG OP.

De golven lopen al spoedig hoog op en het is hard werken om nog enige voortgang te boeken. Hier en daar ontstaan brekers en ik kijk om me heen naar de anderen. Ze zitten zo op het oog nog allemaal ontspannen in de boten maar dit zullen we zo nog een hele tijd moeten volhouden en we komen amper nog vooruit. Is dit nog verantwoord? Is dit nog leuk?  Die vraag stel ik  hardop. Kort overleg en we besluiten om terug te gaan. Dat is nog wel even spannend: draaien op zulke golven. Telkens als je op de top van een golf hangt ben je even heel onstabiel, maar even later liggen we op koers naar Österöya, waar we de kaap kunnen ronden om weer in de luwte te komen. We varen langs wonderlijk gevormde rotsen die getuigen van prehistorische vulkanen, gletsjers in de ijstijd en de eeuwige polijstende werking van de golven varen we met een hoge zee van achteren. Golven waar af en toe het licht van de zon doorheen schijnt die transparant-groen oplichten. Gespetter om je oren, geconcentreerd varen want zo’n golf duwt de achterkant van je bootje zo opzij  en als je niet uitkijkt bekijk je het wateroppervlak eens van de onderkant. Al snel krijg ik een soort ritme te pakken: slag-slag-stuur-slag en ik krijg er steeds meer aardigheid in.

GRILLIG GEVORMDE ROTSEN.

Zo langzaam als het daarnet ging, zo snel gaat het nu en het is verbluffend hoe rustig het water is als we eenmaal de punt van Trubervika hebben gerond. Een heel andere wereld. We peddelen een diepe besloten baai in: Söndre Trubervika. Een stukje paradijs op aarde, met zowaar een gloednieuwe schuilhut waar zelfs een indrukwekkende voorraad brandhout voor het grijpen ligt. Een gastvrij bordje op de zijkant van het gebouwtje maakt ons duidelijk dat dit hier een initiatief is van de toeristen vereniging van Sandefjord. De rode tent wordt onder het afdak op de plankenvloer opgezet. René en ik geven de voorkeur aan de open lucht. Bij het kampvuur is het nog lang goed toeven die avond en Jos bakt tot ieders vreugde heerlijke pannenkoeken. We bespreken de opties voor de verdere planning van onze tocht. We hebben immers een vaardag “verspeeld” door vandaag terug te keren. Maar het gaat om de reis en niet om het doel. Voordat ik kan gaan slapen moet ik eerst een stuk of dertig (!) spierwitte grote naaktslakken met een stokje wegslingeren van mijn tentje. Geen idee waar die allemaal vandaan komen.

VIII
De harde wind van gisteren heeft ons feitelijk een dag gekost, dus varen we naar Sandefjord, met de bedoeling om daar de veerboot naar Strömstad te nemen. De zee is helemaal tot rust gekomen en het wordt alweer een prachtige dag. We moeten nu wel flink tempo maken om de boot te halen.

WE MOETEN WEL FLINK TEMPO MAKEN.

Dat er onderweg nog gevist wordt is René een doorn in het oog, omdat het de groep wel ophoudt, vooral als Jos weer eens beet heeft met het blinkertje dat hij na het verlies van zijn kunstvisje aan de lijn heeft gedaan. Gaan we zo de boot wel halen?? Het laatste stuk, door de diepe fjord die toegang geeft tot de haven, is behoorlijk saai en we zijn blij als we de veerhaven voor ons zien liggen. Maar mij zinkt dan de moed in de surflaarsjes. Ik zie een hoge kademuur waar we moeten uitstappen. En er is geen tijd om naar een andere plek te varen. Om een lang verhaal kort te maken: de wachtende passagiers op de kade kijken enigszins verbaasd als er een paar verwilderde koppen boven de rand verschijnen en vervolgens enkele niet meer zo jonge kerels met verbazende lenigheid op de wal klauteren. En helemaal als er ook nog vier kajaks aan touwen omhoog worden gehesen. Het is niet eenvoudig om een plekje te vinden waar we ons kunnen verkleden zonder aanstoot te geven, maar het duurt toch niet lang voordat we er weer toonbaar uitzien en de tickets in onze zak hebben. Voordat het zover was had ik snel nog even, met één hand hangend aan de rand van de kade en een voet op de beschoeiing, de visjes schoongemaakt, die daarna verdwenen in een luchtdicht tonnetje van Jos. Dan kunnen we met de kajaks op wieltjes aan boord en vergapen wij ons aan de gigantische hoeveelheden taxfree artikelen, vooral heel veel drank, die de passagiers inslaan. Men gebruikt deze lijn om een dagje naar Noorwegen te gaan en thuis te komen met tassen en dozen vol drank. De overtocht duurt 2 ½ uur en verloopt gladjes.
In Strömstad gaan we in de jachthaven te water. De havenmeester is één en al bereidwilligheid en informeert belangstellend naar onze ervaringen. Vandaar is het slechts een kleine acht kilometer naar Hälstö, waar we al eens eerder prettig hebben gekampeerd, maar eenmaal daar aangekomen worden we vrijwel direct aangevallen door een leger knutjes. Toch gaan we nog even zwemmen en bakken de vis die prima vers gebleven is in het tonnetje.

VIS BAKKEN TEN TIJDE VAN KNUTTEN.

Tot opluchting van Jos blijft er geen penetrante vislucht achter in het plastic tonnetje, hoewel René blijft volhouden dat het nog naar “aquarium” ruikt. Omdat het nu al laat is blijven we toch maar slapen. Alle lof voor de uitvinder van het knuttengaas waarmee onze tentjes zijn uitgerust!

IX
15 Juni, ik lig genietend op een prachtig wit strand in de zon. Kleine golfjes knabbelen voorzichtig aan het zand en ik kijk naar een stel mantelmeeuwen die op een dichtbijgelegen rotseilandje hun luidruchtige liefdesdans opvoeren. Hier zou ik gewoon uren kunnen blijven dromen. We zijn voor een lange pauze geland in het natuurreservaat op Nord Koster. De geur van verse koffie nodigt me uit om traagjes in beweging te komen. Een mens heeft niet veel nodig om totaal gelukkig te zijn. Het is dan ook met enige tegenzin dat we 1 ½ uur later toch weer te water gaan. Het weer is zonder meer zomers te noemen en ik vaar in een korte broek
en T-shirt.

HET WEER IS ZONDER MEER ZOMERS TE NOEMEN.

We moeten nu wel water halen en dat vinden we in de haven van Ekenäs. We vullen de waterzakken en slenteren naar de kiosk waar nog net drie blikjes bier in de koelkast staan, die we met z’n vieren delen. Er is hier ook een mooi modern informatiecentrum over de bijzondere natuur in dit gebied. Zo ontdek ik bijvoorbeeld dat hier een zeldzame soort koud-water-koraal voorkomt. Helaas kunnen we niet teveel tijd besteden om de expositie uitgebreid te bekijken. Want we moeten naar Koster om onze voorraden aan te vullen. De winkel daar blijkt helaas verder van het water te liggen dan we dachten, zodat René en Jos ruim vier kilometer moeten lopen om wat verse spullen in te slaan. Theo en ik blijven achter bij de boten.
Later eindigt deze zonnige  dag nog met een kleine paniek. We zijn op zoek naar de kampeerplek die Theo op de GPS heeft gemarkeerd, maar de plek die we zien is niet geschikt om met de kano aan te landen. We splitsen ons op in twee groepjes om aan verschillende kanten van het eiland te zoeken naar een betere plek. Maar in een doolhof van verspreide rotsen ben ik opeens René kwijt! Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Ik realiseer me dat ik niet eens een bruikbare kaart bij me heb en als ik een eindje terug vaar zie ik ook de andere twee niet meer. Wat te doen? Ik probeer met de mobiele telefoon één van mijn kameraden te bereiken, maar niemand neemt op. Toch is hier wel bereik. Gelukkig gaat even later de telefoon, dat is Jos. We weten elkaar duidelijk te maken hoe we weer op hetzelfde punt kunnen aankomen. Het duurt niet lang en ik voel me erg opgelucht. Even later zien we ook René om een hoek tevoorschijn komen. Hij heeft een prachtige kampeerplek gespot! Hoewel er geen echt gevaar is geweest hebben we toch weer eens ervaren hoe belangrijk het is om bij elkaar te blijven.

X
Bij een ministrandje kunnen we aan land en vinden een groot grasveld, omzoomd door rotsachtige heuvels. Er lopen schapen met lammetjes en dus is het weer zaak om eerst keutels te ruimen voor we de tenten opzetten. Ik zie een paartje plevieren scharrelen met een jong en vermoed dat de andere door de meeuwen zijn opgepeuzeld, maar als we aan de maaltijd zitten, bereid met de verse groenten die Jos en René hebben ingeslagen op Koster, krijg ik daar nog een ander idee over want we zien een klein roofdier over de stenen lopen, een soort marter, misschien een boommarter want die komen in dit gebied wel voor. Voordat we hem echt goed kunnen bekijken is het dier alweer verdwenen tussen de rotsen. De nieuwsgierige lammeren komen telkens dichterbij waarna ze door de moeders worden teruggeroepen. Het is een grappig schouwspel.  Na het eten maken we een wandeling rond het eiland, dat groter is dan ik dacht. In het midden is zelfs een soort veenmoeras, compleet met een zee van gele lis. Plukjes heide groeien op de wat hogere delen en grote bloeiende rozenstruiken verklaren de sterke rozengeur die we al roken toen we uitstapten. Alweer een paradijsje! Het wordt een rustige nacht.

DIT IS EEN PARADIJSJE.

Dit is onze negende vaardag, 15 juni en na een stevig ontbijt zetten we koers naar het zuiden. Het geblaat van de lammetjes doet ons uitgeleide. Omdat we vandaag tijd genoeg hebben oppert René om een bezoekje te brengen aan één van de ver uit de kust gelegen vuurtorens, Ramskar. Het is heerlijk varen want de omstandigheden zijn ideaal te noemen: vriendelijk briesje, helder zonnig weer en een vrolijke deining. We peddelen eerst langs Ursholmen, waar net een groep toeristen is afgezet voor een excursie naar de historische gebouwen en de beroemde vuurtoren. Enige tijd later bereiken we een groepje eilanden waar het werkelijk wemelt van de zeehonden. Ze liggen overal lekker te luieren in de zon, maar er zijn er ook veel die het water in gaan om ons van dichtbij te bekijken. We doen diverse pogingen om er een goed op de foto te krijgen, maar dat is moeilijk omdat ze met een enorme plons weg duiken zodra je de camera op ze richt. Sommige jonge dieren besluipen je van achteren en als je je dan omdraait weten ze niet hoe snel ze weer onder water moeten verdwijnen. Het is een vrolijk spel en van enige stress is bij de dieren niets te merken. Maar het is wel duidelijk dat we hier beter niet aan land kunnen gaan en dat zou trouwens ook heel lastig worden want we zien niets anders dan kale, gladde rotsen. Het wordt dus een zgn. “drijfpauze”, niet ver van Ramskar.

DE VUURTOREN VAN RAMSKAR.

Dat betekent wel dat we al vier uur achtereen in de boten zitten als we eindelijk bij een pauzeplekje komen. Maar dat is dan ook uit de kunst: groot zandstrand, mooi grasveld, veel bloeiende planten, tureluurs met jongen. Lange Skar heet dit eiland. Een zilvermeeuw houdt ons in de gaten, klaar om zich meester te maken van de restjes van onze lunch. Er komen hier duidelijk vaker gasten. Het is zo heerlijk dat we besluiten om ook maar te blijven overnachten. Er is genoeg brandhout te vinden en bij het kampvuur drinken we die avond thee met rum. (De port is dan allang op.)

XI
Het geheim van René voor de meest betrouwbare weersvoorspellingen is dat hij op zoek gaat naar het weerbericht voor de dichtstbijzijnde vuurtoren. En ook nu blijkt het precies te kloppen: uit een loodgrijze lucht daalt een constante stroom van dikke druppels op het tentdak neer, maar later op de dag zal het droog worden. Daarom slapen we lekker lang uit, ontbijten individueel in de tenten en inderdaad wordt het rond tien uur een stuk lichter aan de hemel en hebben we de meeste regen wel gehad. Het is 16 juni......

…..EN HEBBEN WE DE MEESTE REGEN WEL GEHAD.

We beginnen met gemengde gevoelens aan onze laatste vaardag. Omdat we nu toch al dicht bij Grebbestad zijn, volgens de planning ons eindpunt, zien we af van nog een laatste overnachting op de plek waar ook ons vorige Zweedse avontuur is geëindigd en nemen de kortste route naar Grebbestad. We halen de auto’s, die op een vlakbij gelegen parkeerplaats op ons wachten en laden snel alle bagage in. Daarna is het een perfect moment om in het havenrestaurant een heerlijk visje te gaan eten. Theo zal, eenmaal weer thuis, ontdekken dat hij daar zijn dure hoed heeft laten liggen, maar na een korte speurtocht op internet weet hij later met medewerking van een attente restaurantmanager zijn eigendom via de post terug te krijgen.
Op de terugweg overnachten we op een ongezellige grote en veel te dure camping, waar Jos de stemming weet op te beuren door in de kampkeuken zijn inmiddels traditionele geflambeerde appel (met het laatste restje rum!) en kaneel te serveren. Enkele campinggasten die binnenkomen op het moment  dat de vlam in de pan gaat slaat de schrik duidelijk om het hart. Ruim op tijd zijn we de dag daarna bij de kade van Stena Line. Er volgt weer een uitstekende maaltijd en een ongestoorde nacht in een comfortabele hut, maar wat is dat wennen als je al die tijd buiten hebt geleefd.
Wat betreft de vraag: Is dit nog leuk of niet? besef ik dat ik daar geen eenduidig antwoord op heb kunnen geven. De lezer zelf zal moeten uitmaken of het ongemak van lastige insecten, gesleep met zwaar beladen kajaks en zeer wisselende weersomstandigheden kan worden gecompenseerd door het vrije bestaan, tezamen met goede vrienden, in de soms overweldigende natuur van Scandinavië.

HENK HOOGERWERF, M.M.V. JOS, RENÉ EN THEO.

Route:
 
 De blauwe lijn toont onze route; de rode is die van de veerboot.