FUR (spreek uit: Foeh) , Denemarken - juli 2022.

Waarschuwing: dit verhaal lijkt voor een deel op een toeristische gids.

In het noordwesten van Jutland ligt de uitgestrekte Lims fjord. Het daarin gelegen eiland Fur staat o.a. bekend om de bijzondere krijtkliffen. Hoewel wij allebei al een mooie vakantie achter de rug hadden leek een bonus-uitstapje naar Denemarken ons wel heel aangenaam.

En zo reden we dus op 24 juli richting Duitsland, waar we ons door de eeuwige files bij Bremen en Hamburg worstelden om daarna grotendeels in de regen te rijden. De verwachtingen waren dan ook niet erg gunstig. Maar wat een geluk dat we toch diezelfde avond op een droge camping op het schiereiland Lundø onze tentjes konden opzetten. En in de kampwinkel hadden ze zelfs gekoeld bier! Ons avondmaal bestond uit de heerlijke preitaart die Erik van zijn liefhebbende Ria had meegekregen. Zo kwam het toch allemaal weer goed. Maar wat een regen kregen we die nacht over ons heen! Dan is een mens toch supergelukkig met een goede tent.

Het weer hebben we niet in de hand: om te beginnen een dag met heel veel regen, gevolgd door twee dagen met stevige wind, 5 á 6 bft. We bespreken onze opties. Conclusie: niet aantrekkelijk om in een onbekend gebied de zee op te gaan met zulke verwachtingen, zelfs niet als het een binnenzee is. Maar we gaan natuurlijk niet bij de pakken neer zitten. We bezoeken Viborg met o.a. de domkerk, met wand- en plafondschilderingen van de hand van Mikael Skovgaard en het museum met vele werken van diverse leden van deze beroemde kustenaarsfamilie. Trotseren de buien in Skive, op zoek naar het traditionele Deense gebak lagkage (laagjescake) dat we ons laten smaken in de Lagkage huset, waar we in elk geval even droog kunnen zitten. Ook maken we enkele korte wandelingen langs de kust van Lundø en rondom de noordpunt van het schiereiland. Het landschap bestaat uit kwelderachtige vlaktes, soms met koeien, vaak met bloemrijk grasland, smalle zandstranden met veel aangespoeld zeegras. Wat opvalt is dat er overal langs de kust mooie vakantiewoningen zijn gebouwd, ook op plaatsen waar dat de natuur beslist niet ten goede komt.  

Zeer de moeite waard is ook een bezoek aan Hjerl Hede, een buitengewoon mooi openluchtmuseum. bijzondere gebouwen, uit heel Denemarken hierheen gehaald en steen voor steen weer opgebouwd; overal mensen in oude klederdrachten die ook daadwerkelijk bezig zijn met het uitoefenen van allerlei ambachten. We krijgen er nota bene seniorenkorting! Echt een heel leuk alternatief. Erik ontdekt, eenmaal terug op de camping, een comfortabele ruimte waar we droog en warm kunnen zitten. Daar nuttigen we een heerlijke bonenschotel met verse salade uit onze voorraad. De topografische kaart komt op tafel en we overleggen over de verdere plannen. Omdat we nu al drie dagen niet hebben kunnen varen en we heel graag naar het eiland Fur willen, zullen we eerst morgenochtend een stuk naar het noorden rijden om daar bij Junget te starten.

We vinden een prachtige plek om te starten en kunnen gemakkelijk in één dag naar Fur peddelen en de auto op het parkeerterrein bij een groot recreatieterrein achterlaten. Inmiddels is het woensdag 27 juli.

Zoals gebruikelijk is het inpakken van de kajaks een heel gedoe en krijg je toch een verbazende hoeveelheid spullen in zo’n klein bootje. Het is een prachtige zonnige dag en de wind is een aangename 3 bft. De kust is mooi, met af en toe een strandje waar we kunnen pauzeren en al rond vier uur in de middag arriveren we op de zuidkant van Fur. Daar is bij Engelst een zgn. shelter, een soort halfopen hut waarin overnacht kan worden. Die blijkt helaas al te zijn bezet door een man die de hele tijd bezig is met het hakken van brandhout voor zijn kampvuur. Tot onze verbazing blijkt hij daar aangekomen te zijn met de auto. Terwijl je toch fietsers, wandelaars of kanoërs zou verwachten op zo’n plek. Wij vinden een mooi plekje op het gras, valk achter een zandstrand.  Die middag komen er nog drie andere tenten bij. Allemaal per automobiel! Het lijkt bijna een gewone camping. Er is dan ook een prima schoon toilet en een waterkraan. Wat een luxe! Even kijken we vreemd op als er twee kerels verschijnen in volledige duikuitrusting, die voor onze ogen te water gaan. Ze maken in het ondiepe water vreemde kapriolen met hun uitzonderlijk lange flippers om na een uurtje weer onverrichterzake te vertrekken. Op onze vraag wat ze gezien hebben antwoorden ze dat het niet veel bijzonders was.

We slapen weer heel lekker op onze Expad bedjes, al ben ik wel blij met mijn oordoppen omdat deze bedjes vooral bekend staan om hun vreselijke gekraak! De volgende ochtend gaan we zonder haast weer in de boten om rond koffietijd in de haven van Stenøre te zijn. Daar kunnen we prachtig uitstappen aan een drijvende steiger bij het strand ten oosten van de haven. Het is wel even uitkijken voor de veerboot die voortdurend heen en weer vaart naar het vaste land, waar hij slechts vier minuten over doet. De sfeer in de haven is ongedwongen. Kinderen vangen krabben, zeilers flaneren langs het havenhoofd en wij genieten van onze koffie op het terras van de havenkroeg. Het is onze bedoeling om de oostpunt van het eiland te ronden om daar de bijzondere rotsformaties te bewonderen. Het is heel relaxt varen die dag, maar we zijn nog nooit in ons kajak-bestaan zoveel andere kanoërs tegen gekomen. Het zijn vaak grote groepen, van twaalf tot twintig peddelaars. Zij varen allemaal in een tegengestelde richting. Iemand roept zelfs naar ons dat wij verkeerd-om varen. Nou ja, het is dan ook wel een perfect kanoland hier. Op de kaart zien we dat er ergens een oude, verzande haven moet zijn Gamle Havn. Die blijkt echter niet als haven herkenbaar; er is slechts een  gebouw met een tentoonstelling over de inmiddels verdwenen visserij in de Fjord. Die laten we dus maar rechts liggen en vervolgen onze koers naar het noorden.

In de middag vergapen we ons aan de vreemde vormen van de kliffen. Het is te zien dat hier in lang vervlogen tijden onbeschrijflijke krachten aan het werk zijn geweest: aardlagen zijn geplooid en omhoog geduwd waardoor de meest bizarre vormen zijn ontstaan. Op dit moment van de dag staat het zonlicht bovendien schuin op de kust en worden de kliffen prachtig uitgelicht. Dat is genieten! Ons plan is eigenlijk om te overnachten op een camping maar we zien er tegenop om ruim een kilometer over de weg af te leggen met de volgeladen kajaks op wielen. Na een flinke pauze besluiten we dan maar om ons oorspronkelijke plan om het hele eiland rond te varen op te geven. Als we nu weer een stuk terug varen zal het morgen, zaterdag, een koud kunstje worden om in de namiddag bij de auto uit te komen.  Nu moeten we dus wel zoeken naar een plek om de tenten op te zetten. Dat is nog niet zo eenvoudig omdat we veel zand- en grindstrandjes treffen, maar ons geduld wordt beloond als we een zacht grasveldje ontdekken, vanwaar we kunnen genieten van een sprookjesachtige zonsondergang.

En weer drinken we de volgende ochtend onze koffie in de jachthaven naast de aanlegplaats van de veerboot. Opgewekt vertrekken we even later voor de laatste etappe, maar gaandeweg bouwt de bewolking zich op en ziet het ernaar uit dat er een indrukwekkende bui aan zal komen. En die komt als we bezig zijn om de boten uit en de auto in te pakken. Gelukkig begint het pas echt te gieten als we al in de auto zitten. Het heeft nu geen zin om naar een camping te rijden en in die nattigheid onze tent voor de laatste keer op te zetten. Dus rijden we maar zuidwaarts. In Skive vinden we een goede pizzeria waar op dat moment veel vakantiegangers schuilen voor de regen. Er is nog net een tafel vrij voor ons. Met enige schaamte moet ik bekennen dat we op de terugweg naar huis maar een hotel hebben opgezocht voor de nacht. Bij het overdadige ontbijtbuffet blikken we terug op een heel geslaagde onderneming, zelfs al hebben we maar heel weinig gevaren en daarvoor meer dan 1800 km. gereden. Foei (Fur)

Meer foto's

Henk.