Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Nieuwkoopse plassen 2006

Nieuwkoopse plassen, 21-5-2006 [Eric]

De Nieuwkoopse plassen zijn ontstaan uit een intensieve verveenderij van erg arm land. De ligging heeft het ontstaan van een gerekt meer in de doorgroefde slappe bodem vergemakkelijkt. Laagveenturf word met de baggerbeugel in pramen geschept, waarna het veen te drogen werd gelegd, aangestampt en in broodjes gestoken, zwaar werk, dat de verveender een redelijke welstand opleverde, in tegenstelling tot de latere veenderijen in de latere noord- en zuidoostelijke veenderijen, die door compagniën werden uitgevoerd. Volgens De Nederlandse landschappen is in tegenstelling tot de andere Hollandse plassen het water hier enigszins ziltig, maar komen er geen echte zoutminnende planten als lepelblad voor. Dick en ik kwamen echter onderweg dit ooit zo populaire geneesmiddel tegen scheurbuik wel tegen bij de sloten.

Zondagochtend, het weer is tochtig, bewolkt, soms dreigend. Peter van der Gracht moet helaas verstek laten gaan.
De opkomst is is klein: Dick Mulder, Henk Hoogerwerf, Jos Schimmelpenninck en ik.
Op weg naar Noorden lijken de thuisblijvers gelijk te krijgen; enkele stortbuien teisteren de voorruit van beide auto´s. In Noorden zelf is de straat nat, maar de lucht droog. Bij de kerk gewijd aan St Maarten, gaan we te water. Ik verbaas me erover dat St Maarten ooit zijn mantel verticaal in tweeen splitste en niet horizontaal, zodat zowel hij als de behoeftige er wel bij zou varen.

De plassen zelf zijn niet zo indrukwekkend, een in zuidwestelijke richting gerekte smalle plas. Het gaat vooral om de trekgaten, de legakkertjes en het riviertje De Meije. Via de Vlietsloot varen we naar de Wijde van de Vliet om uiteindelijk in De Meije te geraken. En dan ervaar je Het Groene Hart van Holland. We rusten bij een picknick-tafel, waar we uitkijken over de Polder Lagebroek in de diepte.

Dan komt het beboste gedeelte van de Meije, kronkelig met lage bruggetjes, met verbouwde woningen van stadsers. Dat laatste is geen veroordeling; als deze woningen niet door stedelingen bewoond werd, was De Meije vermoedelijk nu een verzameling bouwvallen. De bruggetjes zijn niet gebouwd op doorvaart; we moeten er plat op het dek onderdoor, och arme rug.

Onze Meije-vaart wordt na het dorp De Meije en een hoge grauw-betonnen watertoren afgesloten met een bakboord afslag over een zelfbedienings-stuw door een sloot richting de plas. Daar trekt een vlagerige zuidwester over de ondiepe plas, waar ruwe rollers staan. We landen aan op een recreatieveldje, eigenlijk in afwachting van de aanstormende bui. Maar deze spaart ons, op een paar spetters na. Een ooievaar vliegt met machtige klappen hoog over. We varen de trekgaten in. Een groepje kanoërs worden door wachters verzocht hun rustplekje te verlaten, omdat de weiden beschermd gebied zijn. Op onze verdere tocht volgen we de stille-motorboten-route en kano-route. Inderdaad ontmoeten we slechts fluisterboten waarvan de bemanning echter nogal rumoerig is. Veenpluis, dotters, waterlelies, rietvinken en allerlei-soortige drijfsijsjes komen we tegen.

Na wat omzwervingen komen we weer op de Vlietsloot en een vier uur later zijn we terug in Noorden.
Daar moeten we onze boten vlug opladen, want er breekt een forse bui los, die echter ook weer snel over is. Na een ijsje is het weer terug op huis. Dick en ik zijn al vlug Henk en Jos kwijt en zetten onze huisvaart solitair voort. Bij de thuishaven komen we elkaar weer tegen.
En nu de moraal van het verhaal: gelukkig hadden de thuisblijvers weer ongelijk.

Waterland, 18-6-2006
Weer een beperkte opkomst: Dick Mulder, Henk Hoogerwerf, Jan en Arjan Roosloot en ik. Het weer is mooi, het begin van een zonovergoten periode.

De start was Broek in Waterland, waar we verwelkomd werden door een Telegraaflezer, die klaagde over de jeugd, het criminele geld van enkele dorpsgenoten en zijn 180 meters dakgoot, die onderhoud behoeven.
Vanuit het Havenrak varen we zuidoost uit via het Bozen Meertje naar de Holysloter Die en Uitdammer Die naar Uitdam. Daar drinken we koffie bij het Scheepskameel aan de Uitdammerdijk. Een blik over die dijk geeft een vriendelijk IJsselmeer, nee Markermeer, te zien, waar zeilboten vriendelijk voortglijden. Via een te laag bruggetje varen we door de weilanden en meertjes naar Zuiderwoude. Het is inmiddels etenstijd dus leggen we aan de voet van de kerk aan. De kerk ligt op een hoogte en ik peins dat Henk zich hier in het gras van zijn naamgever vlijt: een hoge werf. Werf was vroeger de naam van een -meestal kunstmatige- verhoging in het drassige land, die elders terp of wierde wordt genoemd. Dick betreurt het dat het kleine oude dorpswinkeltje thans gesloten is. Waar kun je nu je snoepgoed en ijsjes halen?

De tocht zet zich voort onder een te laag bruggetje (Dick stelde voor via een innige omhelzing er onderdoor te varen, maar dat zag ik toch niet zitten wetende de dikke laag modder op de bodem) richting Monnickendam. Door Monnickendam naar de Broekervaart, die langs de drukke provinciale weg leidt. Via de boezem van de Monnikenmeer komen we op de Leek. Daar is een kano-rustplek, die echter door de naastliggende camping verhuurd is aan een gezelschap, iets dat ons toch wat vertoornt. Maar bij de gratie van weet-ik-veel-wie mogen we daar even verpozen en water tanken. Heeft deze camping landje-pik gedaan? Via de boezem van De Woordmeer, waar we nog een erg energieke en spraakzame kano-ster uit Amsterdam-Noord tegenkomen, varen we weer terug naar Broek. Daar zien we bij het Havenrak een informatiebord hangen, dat dit dorp en zijn haven in de Gouden Eeuw laat zien: een drukke haven bij een welvarend dorp. De dorpen in Waterland zijn in de late Middeleeuwen de grote concurrenten geweest van Amsterdam in de kusthandel en -zeevaart. Toen echter Amsterdam triomfeerde met zijn octrooi op de Hamburgse bieren, werden deze dorpen de leveranciers van agrarische producten en schepelingen. Na de Gouden Eeuw, toen de welvaart in Amsterdam afnam, verstilden deze afhankelijke dorpen, Poppendam verdween zelfs vrijwel van de kaart.
Thans is dit gebied een graag gezien oord voor beter gesitueerde Amsterdammers. De boeren hebben nog de oude handelsgeest in zich: zij hebben zich verenigd om hun tuin- en veeteeltproducten te verheffen tot biologisch verantwoorde kwaliteitswaren.