Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Vakantie 2006 in Nederland een rondje IJsselmeer

Vakantie 2006 in Nederland; een rondje IJsselmeer [Eric]

Zaterdag 15-7.
Van Uitgeest via de Knollendammervaart en De Where naar Edam.
Om 8 uur afgesproken. De boten beladen; wat eerst een grote berg spullen leek, verdwijnt met gemak in de boten. Eerst koffie, dan wat gedraal en dan robuust afscheid van onze achterban. We vertrekken ongeveer om kwart over 9, uitgezwaaid door de dames Zonneveld, Van der Wal en Molenaar. Met zulk mooi weer begint je vakantie met de eerste peddelslag.

Met een matige oostenwind varen we oostelijke richting. Even voorbij het Jispersluisje aan het Noordhollands Kanaal, waar we een knabbelpause houden, ontmoeten wij de Weledele Sjaak van der Boom op zijn sportfiets. Toch even een kleine babbel. Alle gaat voorspoedig. In Purmerend ontmoeten we de Heer Hilhorst, Nieuwegein, één van de oprichters van de TKBN in een mooie klassieke sleepboot. Zou wat voor Rein zijn! Hij moet wachten bij de brug, waaronder wij met gemak kunnen varen.
Op de Purmerringvaart fietst mijn zuster ons achterop en na een kort kout vervolgen we onze tocht naar Edam. Dit wordt een mooi stukje landelijk. Even voor Edam zie ik een oud binnenvaartuig, dat historisch zeker niet in deze contreien thuis hoort, een ijzeren Rijnschip. Dat soort ontmoetingen geeft mij een kick.
Na tientallen jaren niet meer in Edam te zijn geweest verbaas ik me over de metamorfose van dit stadje. De industrie langs het Oorgat heeft plaats gemaakt voor kolosale villa's met eigen ligplaats. Een enkele welgesitueerde heeft zijn best gedaan de historische stijl van een dijkgraaf-huis aan te houden, de meesten imiteren de Italiaanse renaissance in bouw en tuinaanleg.
In de zeesluis doen we onze eerste financiële vakantie-transactie: 4 Euro schutgeld. We varen buitengaats, waar een wilde golfslag van de toegenomen oostenwind en de ondiepe oevers ons doet ontwaken uit een wat dromerige peddelslag. Bij de camping kunnen we moeilijk aanlanden, we zouden zeker zwart van het veen worden. Dus gaan we verderop, waar we ook een camping vermoeden. Ook daar is het moeilijk aanlanden, maar we worden er niet zwart. Een leuke Vekabo camping Kleine Weel, waar de beheerder lid is van het Amsterdamse brandweergilde. Wij kamperen op het buitendijkse landje, dat dient voor de recreatie van de campinggebruikers en een catamaran-zeilschool. Binnendijks ligt de eigenlijke camping. Met deze aanlandige wind behoeven wij geen muggen te vrezen. We inspecteren de voorzieningen, eenvoudig maar schoon. Er is een brandweerfeestje (“teamvorming”) aan de gang en ik ontmoet mensen, die zich de legendarische kanoër Bas van der Sterre, een vriendje van mijn kano-maatje Jan Zaal, herinneren. Omdat alles aan ons zo klein is, vindt de beheerder dat wij korting op het toch al lage kampeergeld moeten hebben.

Zondag, 16-7
De volgende morgen is de wind weer teruggelopen tot een 3 B., maar zijn de golven nog fors en warrelig. Dat is toch wel kenmerkend voor dit stukje van het IJsselmeer. We besluiten toch om 11.15u buitenom te gaan in de verwachting dat voorbij het Hoorns Hop de golven wel zijn bedaard. Snel zoveel mogelijk uit de kust lopen en dan schuin op de golven op Enkhuizen koersen. Direct na de start spoelt mijn onder twee elastieken gezekerd drinkflesje van mijn voordek. We worden met iedere golf flink weggezet. Maar inderdaad, een flink eind buiten deze golvenfuik wordt het rustiger en voorbij het Hoorns Hop is het afgelopen met die korte golfslag. De toch niet zo zware kampeer-bepakking geeft een grote extra stabiliteit aan onze boten.
De verdere tocht naar Enkhuizen is eindeloos in de betekenis van saai. Het is heet, af en toe je hoofddeksel door het water halen brengt de noodzakelijke verkoeling.
Als we Enkhuizen kunnen onderscheiden, duurt het nog een dikke 2 uur voor we echt door het nieuwe gat naar Enkhuizen varen, een soort van zigzag-route voor boten met staande mast, die geregeld wordt door verkeerslichten. Bij het opschrijven nu vraag ik me af of de gewone sluis nog wordt bediend of gewoon open staat.
Daarna doorvaren na het buitenmuseum, waar we landen op de camping. Het valt me op dat de camping het sfeertje heeft van een Amsterdams tuindorp met een sterke sociale controle, iets wat ik bij latere campings terugzie.
Zes uur in een kajak zitten, ik ben kapot, vooral in mijn zitvlak. 's Avonds copieus bij de Chinees eten. Als extra dessert: wandelen en bootjes bekijken.

Maandag, 17-7
De volgende morgen vertrekken we om 10:15u. Een vriendelijke golfslag, die onder de Friese kust nog kalmer wordt. Na de sluis bij Staveren lunchen we op een plekje land, dat nog niet door luxe villa's en jachthavens bezet wordt. Op weg naar Koudum via de Morra. De camping daar is opgeheven! De (vorige?) eigenaar, een Indo met veel wilde verhalen verwijst ons naar de camping “'t Séleantsje” in Molkwerum, weer een eind terug bij Staveren. Na eerst boodschappen gedaan te hebben bij de locale super gaan we op weg naar Molkwerum, aan de dijk van het IJsselmeer.
We krijgen een ruime plaats toegewezen vlak bij het binnenwater op het tentenveld. Max kookt weer vol liefde.De camping is voorzien van een ruime camping, die zich eigent voor de mensen van de camping, de naastliggende manege en -naar de aangeplakte affiches te zien- de plaatselijke bevolking. Over de dijk ligt een buitendijks landje, waarnaar de camping is genoemd. We hebben het niet bekeken, maar je kunt dus ook over zee de camping bevaren.
Een moeilijke nacht doet me pas om een uur of vier slapen: lage rugpijn op een dun matrasje maakt mij wanhopig: kan ik morgen nog wel varen? Laat me in ieder geval tot het Tjeukermeer komen; als het dan niet meer lukt, kan ik mijn boot stallen bij neef Eric van Tiekano in Delfstrahuizen!