Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Kort verslag van de tocht rond het eiland Mull.

Kort verslag van de tocht rond het eiland Mull.

Van 16 t/m 23 juli 2006 zijn een paar leden van de KVU naar Schotland geweest met Peddelpraat.
De tocht stond onder leiding van Ray Goodwin en Axel Schoevers.
Vertrekpunt was de stad Oban en de route ging via de Firth of Lorn naar Mull, dat geheel werd gerond in acht dagen. Onderweg werden ook enkele andere kleine eilanden aangedaan: het historische Iona, waar in 563 de eerste christelijke nederzetting in Schotland werd gevestigd, waarvan een ruïne van een nonnenklooster en een statige abdij nog getuigen; het geologisch zeer interessante Staffa, met de imposante basalt-staven en de mysterieuze Fingall’s Cave, waar je de zee hoort ademen als een voorwereldlijk dier; het beroemde vogeleiland Lunga, waar de papegaaiduikers aan je voeten neerstrijken met hun snavel vol spiering om hun jongen te voeren en waar je de hele dag (en nacht!) het gekrakeel van de honderden zeekoeten hoort die daar broeden en hun jongen voeden tot ze groot genoeg zijn om de rest van hun leven op open zee door te brengen.

 

Het mooie van zo’n tocht is dat je in praktisch ongerepte natuur leeft. Er werd op de mooiste plekken gekampeerd, al was het niet altijd eenvoudig om tussen grote rotsblokken de boten veilig aan land te krijgen. Dat de natuur zo ongerept is gebleven komt voor een deel door de aanwezigheid van hordes uiterst hinderlijke bijtende midges. Ondanks de kleding met lange mouwen en de hoeden met fijnmazig netje zat ik onder de bulten en kon ik af en toe niet slapen van de jeuk! En dan zwijg ik nog over de tientallen teken die mij het leven zuur hebben gemaakt. Het ruige klimaat, dat er ook voor zorgt dat de grote massa toeristen liever niet naar dit deel van de aarde gaat, liet zich gedurende ons verblijf van zijn allervriendelijkste kant zien. Kanotechnisch was deze tocht dan ook een heel relaxte onderneming.
Het voert in dit verband te ver om al onze mooie ervaringen te beschrijven. Daarom een paar hoogtepunten: De tweede dag al een visotter tussen de reusachtige bladeren van het kelp, dat prachtige wuivende bruine zeewier waarvan je uitgestrekte wouden onder je bootje door ziet glijden; overal zeehonden en-robben, vaak met jongen, die rustig blijven zonnen op hun rots en voor een kanoër niet bang zijn; groepjes jan van genten met hun prachtige witte lijven en zwarte vleugeltoppen, grote jagers, stormvogels en een steenarend. Onvergetelijk was onze ontmoeting met zes dolfijnen, die lange tijd bij ons bleven, steeds gekkere kapriolen uithaalden en af en toe geheel uit het water omhoog kwamen om met een enorme plons op hun rug weer in zee terug te plenzen. Op een bepaald moment zwommen een stuk of vier dieren met grote snelheid valk voor onze groep uit, zodat de kanoërs konden meesurfen op hun geweldige golf. Diezelfde avond zagen we in de baai waar we ons kamp hadden opgeslagen ook nog drie dwergvinvissen (Minky Whales) die samen een school makreel in het nauw hadden gedreven. Ray ging er met zijn vislijn heen en kwam nota bene nog terug met een maatje makreel ook. “I smelt the breath of a whale” riep hij opgetogen toen hij weer op het strand stapte. We raakten er niet over uitgepraat die avond bij het kampvuur.
Het is even wennen als je daarna weer in je kano stapt voor een tochtje naar Spijkerboor en eerst door een dikke stinkende soep van rottende algen moet varen.
Henk Hoogerwerf.