Dokkum en omgeving - een mini expeditie op 13 augustus 2020

Donderdag zouden we naar een verjaardag van iemand die niet wist dat we kwamen. Het feestvarken logeerde in een huisje van Ljeppershiem (Friesland). Aangezien dat huisje aan het water lag, bedachten Tiny en ik dat we de 1,5 uur rijden daar naar toe nog nuttiger wilden besteden door er een kanotocht aan vast te knopen. Van de kaart leerden we dat er genoeg vaarwater is en je ook in Dokkum kon komen.

Om op koffietijd voor het gebak te kunnen aanschuiven vertrokken we om 8 uur vanuit huis. Vijfhonderd meter bij  het huisje vandaan vonden we op google-streetview een prachtig zwemvlonder waar we goed konden instappen. Zo konden we makkelijk op tijd zijn om ons feestvarken te verassen met bezoek.

Nadat we bijgepraat waren begon het kanoën. Eerst volgden we de "Nije swemmer" richting Dokkum. Na korte tijd sloegen we af de Strobosser trekfaert in. Een prachtige vaart met wat huisjes en veel riet die ons rechtstreeks naar Dokkum zou voeren. Maar de vooruitgang had daar een stokje voor gestoken: ten behoeve van de aanleg van een rotonde naast Dokkum lag daar een dam. Daar was echter een oplossing voor want we konden nog een keer afslaan en via een dwarsverbinding naar het Dokkumer Grootdiep toe. Daar zagen we al veel meer bootjes wat we niet zo gek vonden met dit mooie weer. Het was hier in het noorden overigens een stuk minder benauwd dan in het Noord-Hollandse.

 

Aangezien Dokkum een vestingstad was/is hadden ze een gracht rondom de oude stad. En die is prachtig behouden en wordt in goede staat gehouden. Vooral de noordkant is prachtig en lommerrijk en we konden er zonder problemen een pauzeplek vinden; naar wens in de schaduw of in de zon. Dit water is wel populair bij de Dokkumers want er werd veel gezwommen en ook zagen we vaak SUP-pers voorbij komen. We dachten dat er daarvoor ergens een verhuurpunt moest zijn.

Nadat we een klein middagdutje hadden gedaan in de schaduw maakten we ons rondje af. Daar waar de Dokkumer Ee aankomt vanuit Leeuwarden stonden we even in dubio of we de vestinggracht zouden volgen of dat we dwars door de binnenstad terug zouden varen. We kozen voor het laatste.

Daar hadden we geen spijt van alhoewel we wel bij bruggen moesten uitkijken voor jongetjes die vanaf  de brug het water in sprongen. Wat we nu wel misten was de Bonifatius Fontein die aan de zuidkant lag.

Vanuit Dokkum volgden we het Dokkumer Grootdiep dat helemaal tot aan het Lauwersmeer gaat. Ook hier weer een heel landelijke omgeving met weinig tot geen wegen in de buurt.

We waren in dit gebied niet zo bekend met de waterlopen, maar er zit hier veel historie. Zo was Dokkum verbonden met de toenmalige Lauwerszee door het Dokkumerdiep. En Dokkum was op haar beurt weer met Leeuwarden verbonden met de Dokkumer Ee. Deze bestaan nog allebei alhoewel men door graafwerk veel van de toenmalige waterlopen heeft aangepast tot de vorm die ze nu hebben. Dit heeft geresulteerd in een heel net van watertjes die goed bevaarbaar lijken voor kano's.

Al varend inspireerde deze watertjes weer voor nieuwe tochten: wat dacht je ervan om zoet- en zout water met elkaar te verbinden door met zeekajaks over de Waddenzee te varen en dan door het Friese land weer terug te varen. Het lijkt niet onmogelijk om voor een meerdaagse tocht in Harlingen te beginnen en overzee naar Lauwersoog te gaan. Daar kan je het Lauwersmeer op en kan je terug naar je beginpunt via Dokkum, Leeuwarden, Franeker. Misschien kan je dit rondje nog wel verder uitbreiden naar Groningen toe. Per slot van rekening loopt het Reitdiep van het Lauwersmeer naar Groningen. Dat wordt dan wel een monstertocht waarbij je in Delfzijl of de Eemshaven de verbinding kunt maken tussen zoet- en zout water. Maar dit is allemaal denkstof voor later.

Intussen passeren we een oude steenfabriek van Engwierum. De schoorsteen ziet er prachtig uit en is als erfgoed een monument. De schoorsteen is echter in een slechte conditie. Er wordt aan gewerkt waarbij ons niet duidelijk werd of de schoorsteen nu geheel of gedeeltelijk zou worden afgebroken. Waarschijnlijk wordt het later opgemetselde stuk afgebroken. Een plaatselijke bewoner wist te stellen dat dit stuk er later was op gezet om de trek te verbeteren. Voor ons was het nieuw om te ervaren dat er in het noorden van Nederland ook steenfabrieken waren.


 

Als we aankomen bij Dokkumer Nieuwe Zijlen, dat aan de ZW-kant van het Lauwersmeer ligt, ontmoeten we nog meer historie. Daar is omstreeks 1729 het Dokkumerdiep afgedamd en voorzien van een drievoudige zeesluis. Daarmee was Dokkum in één klap geen zeehaven meer. Deze afsluiting volgde op de rampzalige kerstvloed in 1717 waarbij veel Friezen verdronken. Inmiddels wordt deze sluis alleen nog maar als spuisluis gebruikt omdat er een nieuwe sluis even verderop is gebouwd. De sluis is inmiddels ook een monument en is keurig onderhouden.

In de haven naast de sluis zie ik een oude reddingboot: de Arthur. De eigenaar weet me te vertellen dat deze vroeger gestationeerd was in Scheveningen omdat de vorige reddingboot in 1940 door 4 studenten was gekaapt om 32 Joodse vluchtelingen naar Engeland te brengen. Aangezien de Arthur toen op de helling lag en in aanbouw was, is de Arthur toen in mei 1940 in Scheveningen gestationeerd. Toch leuk om te weten voor een geëmigreerde Scheveninger.

In het restaurant dat naast de sluis ligt trakteren we ons respectievelijk op een Duvel en een jus-d'orange. De serveerster wist ons te vertellen dat het vroeger een café was geweest. Ja zo stel ik me voor dat het café er in 1717 ook al was. Dat hoort toch bij een sluis ;-)

De tocht is verder nog maar een stukje naar de auto want we hoeven nu alleen nog maar het Dokkumer diep en de Nije Swemmer te volgen.

Dit was een prachtige dag voor ons met mooi weer, geschiedenis, mooi landschap en 26 km vaarplezier.

Misschien kan je zelf ook nog wat inspiratie uit dit verslag putten!

René