Varen over land, februari ’21

Het gebeurt niet zo vaak, maar af en toe kunnen we varen op plekken waar normaal gesproken koeien en paarden of schapen grazen.

Iedereen heeft de beelden gezien, bijvoorbeeld van de Waalkade bij Nijmegen, waar we op een mooie zomerdag nog wel eens zijn uitgestapt om een “terrasje te pakken”. Maar het zag er nu, 5 februari 2021 wel heel anders uit. Om dat eens van dichtbij mee te maken ben ik graag ingegaan op een uitnodiging van Chris, die vlak aan de rivier woont, in Gameren: koffie bij hem thuis en dan de dijk over naar de Waal.

Het was nog even een dingetje om mijn kajak op de auto te krijgen, omdat ik dat bijna nooit alleen hoef te doen. Maar ik herinnerde mij een goede tip: gebruik een stok of een lange peddel die je aan de zijkant naast de dakdrager laat uitsteken, leg daar de voorkant van je boot op, til vervolgens de achterkant in de beugel, dan de voorkant en neem het hulpstuk weer weg. Dan natuurlijk nog even vastsjorren en klaar ben je. (Tja, daar merk ik weer dat ik geen zestig meer ben, want toen tilde ik gewoon zonder al teveel moeite die kajak bij de kuiprand op om hem met een zwaai in de beugels te leggen.) De rit naar Gameren ging zonder problemen want er is in tijden van Corona niet al teveel verkeer op de weg.

Na de koffie, even bijpraten en de foto’s van de laatste Schotland-tocht bekijken (nog  voor de pandemie) gaan de droogpakken aan en de wielen onder de kajaks om even langs het steile pad over de Waalbandijk te zeulen. Dat is geen functionele dijk meer, maar een overblijfsel uit het verleden.  Dan instappen op een modderige oever, ongeveer 80m. over een bruine plas varen naar de volgende dijk. Daar nog even sjouwen en over een hek heen met twee kajaks om bij de Gamerensche Waarden in te stappen. Het is een enigszins bevreemdende ervaring om langs bomen en struiken te varen die nog net boven water uitsteken. Ook hekken houden ons niet tegen want de verhoging is meer dan vijf meter. Zelfs als we een eind van de vaargeul blijven is de stroom nog krachtig. Dat zie je vooral als je langs een paal komt die boven water uitsteekt waar het water met grote snelheid langs gorgelt. Ik had verwacht dat we eerst stroomopwaarts zouden gaan, maar Chris had blijkbaar een ander idee, zodat we met een prettig vaartje, met de stroom mee in de richting van Nieuwaal varen. Normaal moet je hier om de kribben heen, maar nu kunnen we er gewoon overheen. De ligging van de kribben is alleen te zien aan de bakens die op de uiteinden staan en aan de hoge golven die een soort van wals vormen waar de stroom zich een weg zoekt over de obstakels. Ganzen en aalscholvers verzamelen zich op de laatste droge stukjes land.

Gigantische duwbak-combinaties zwoegen met hoge boeggolf en nog hogere hekgolf tegen de sterke stroom in en andere grote binnenvaartschepen lijken te glijden de andere kant op. Als hun golven ons bereiken is het nog goed opletten want bij deze temperaturen heeft niemand zin in een nat pak. Nu de rivier zo ver buiten haar oevers is getreden kunnen we ook een flink eind van de vaargeul af blijven. Ik geniet van de dynamiek van het water en de kracht van de natuur die hier werkelijk voelbaar is. Het vee is in veiligheid gebracht, veerdiensten zijn opgeheven en de bomen wachten geduldig tot het water weer gaat zakken. Zonder veel inspanning bereiken we een klein eilandje dat nog weerstand weet te bieden aan het wassende water, niet ver van  Brakel. Tijd voor de lunch. Hete koffie en soep uit de thermosfles, stevige boterhammen en dan kunnen we er wel weer tegen. Want vanaf nu gaat het tegen de stroom in! Mijn gids beweert dat het zal meevallen. Maar ik heb zo mijn twijfels.

Nu is het wel zaak om zo dicht mogelijk langs de oever te blijven varen, waarbij het vaak opletten is om niet vast te lopen in bosschage of hekwerk. Ik verbaas me er af en toe over dat we soms opeens stroom mee blijken te hebben (keerstroom), dan weer helemaal geen merkbare stroming als we in een diepe inham varen. Maar af en toe toch weer harde stroom tegen, als we gedwongen worden om weer dichter bij de vaargeul te varen. En het gebeurt ook dat de stroom opeens van opzij komt op plekken waar het water zich verplaatst van de rivier naar een naastgelegen bekken. We passeren een vogelplas waar de observatie hut doelloos in het water staat, alleen nog bereikbaar met een kajak, of misschien met lieslaarzen. Een surrealistisch tafereel. Chris vaart eromheen en ik zie hem door een van de kijkgaten. Vogels zijn er overigens niet te zien. Alleen twee rare vogels in bootjes. Een eind verderop zegt Chris dat we over een brug varen, maar ik zie helemaal niets dan water en rechts van ons een weg die in het water verdwijnt. Zo hoog staat dus de rivier, dat zelfs de leuningen van de brug niet te zien zijn. Regelmatig schrikken we grote groepen watervogels op die een droog plekje hadden opgezocht om te rusten, soms nog maar net een centimeter boven het oppervlak. Een buizerd zweeft op zoek naar muizen.

En dan zijn we alweer bijna thuis. De wolken veranderen van kleur door de lagere stand van de zon. Nog even moet ik werken want ik heb een instructie van Chris niet goed begrepen en vaar iets te ver door en voorbij de plek waar we rechtsaf moesten om weer op het vertrekpunt aan te komen en de stroom duwt me uit koers. Dus met een beetje opkanten en wat extra inspanning kan ik nog net voor een bosje langs weer bij Chris komen. We dobberen de laatste meters waar de stroom te verwaarlozen is rustig naar de groene grasdijk om, enigszins stijfjes, uit te stappen. Volgens Chris hebben we een kleine 17 km. gevaren. Het is mooi geweest.

Foto’s: Chris de Ridder en Henk Hoogerwerf

Tekst: Henk Hoogerwerf

Klik op de foto voor de hele fotoserie