Een mini expeditie

Bij ontbreken van een buitenlandse kanotocht dit jaar, hebben wij een aantal korte vakanties ingepland. Een daarvan is een kleine expeditie vanaf ons huis in Wormer naar het NTKC-kampeerterrein in Limmen. Omdat er in Coronatijd geen introducees mee mochten nodigden we Jos en Mary uit die ook lid van de NTKC zijn.

Voor ons begon de tocht om 9h in de tuin. Tegen 11.00h kwamen we aan bij de KVU om Jos en Mary op te halen. Die waren rap klaar met inpakken en het avontuur begon.

 

Het was stralend weer. Na het Uitgeestermeer voeren we richting Pannekoekeiland naar Klein Dorregeest. De eerste hindernis daar was het nemen van een bocht bij de lage brug. Let op dit punt, want op de terugweg was dit een heel ander verhaal.

 

We hadden alle tijd en daarom bleven we lang bij de tweede hindernis: het overdraagpunt bij het museumgemaal. In de zon, gezeten op de steiger, werd het een heel gezellige lunch.
Tijd speelt geen rol.

 

We volgen een stukje de Die. De tunnel onder de snelweg door naar de Dusseldorper Vaart kan je nauwelijks en barrière noemen want we hoefden niet eens te bukken.

De laatste kilometers over die vaart zijn geen straf want deze voert eerst door weiland en even verder door een heel genoeglijke, groene woonwijk.

Dat de vaart daar dood loopt wisten we en daarom hadden we allemaal een karretje bij ons. En zo geschiedde het dat er 4 zeekajaks als ganzen op een rij 1800 meter door Limmen reden.

 

We kozen voor een route die ons bij een stoplicht de provinciale weg liet oversteken. Een veilige gedachte die wel een nadeel had, want we namen even later de verkeerde zijstraat waardoor we wel een stukje omliepen. Maar “elk nadeel heeft zijn voordeel” want in deze woonwijk kregen we vele leuke reacties van Limmenaren die zeer geïnteresseerd in al die kajaks waren. Via de bakker waar Jos op jacht ging naar Tompoezen, bereikten we het kampeerterrein. Het was er nog niet druk en zo vonden we 2 mooie kampeerplekjes in de zon.

Daar maakten we eerst die Tompoezen soldaat.

En weer even later togen we aan het werk om de tenten op te zetten. We vonden daarna ook nog een kookplek in de zon want in de schaduw was het best koud te noemen.

De volgende ochtend hadden we ook alle tijd en na het ontbijt werd eerst de koffiebonen vers gemalen voor een lekkere kop koffie.

Klik hierboven om

het filmpje te draaien

 

Tegen de middag vertrokken we weer met de kajaks in Ganzenpas, maar nu via een andere route. Jos en Mary staken als eerste de provinciale weg over waar het gelukkig niet al te druk was.

Weer bij het instappunt gekomen opperde Jos het idee om de daar aangeprezen theetuin te bezoeken. Dat werd een bijzonder avontuur want de beide meiden (Zo noemde onze gastheer die) die normaal serveerden bleken in Frankrijk te zitten. Hijzelf was loodgieter en woonde boven het etablissement. Hij nam samen met een kennis vandaag de zaken waar. En hoe. Eerst moest hij zoeken naar de laatste flesjes Frans bier, daarbij telefonisch geholpen door de meiden in Frankrijk. Aan het bereiden van de bestelde omeletten werd pas begonnen toen het bier en de frisdranken al op waren. Heel voortreffelijk waren die niet maar toch hadden we het wel naar ons zin in deze aparte theetuin waar wij de enige bezoekers waren en waar we toch met verbazing rondkeken in het verwaarloosde binnenplaatsje waar we neergestreken waren.

Voor de lunch (die paar boterhammetjes van de omelet waren niet genoeg) namen we uitgebreid de tijd bij het museum-gemaal. Een kort middagdutje daarna bezorgde ons echter problemen.

Net toen we de kajaks naar de instapsteiger tilden begon het reguliere gemaal te draaien en produceerde en flinke stroom. Oeps, dat wordt lastig want het water steeg en de kopruimte onder brug was al niet zo ruim. Nog lastiger is het om in deze stroomsterkte de bocht onder de lage brug te nemen zonder tegen de stenen van de buitenbocht gesmeten te worden. Deze kolkende watermassa dwong ons om een slim plan te bedenken. Langs de weg met de kano aan een touw? Dat was erg lastig, want het gras en de brandnetels stonden hoog. Langzaam naar de brug varen en dan op tijd stoppen en uitstappen? Ook niet zo makkelijk. Toch lukte dat het best. De kano’s spoelden één voor één aan de sleeplijn van Jos onder de brug door en werden door ons aan de andere kant weer opgevangen door Mary. Eén van ons moest de kajak in bedwang moest houden in de stroom, zodat de ander in kon stappen. Kanovaren in de Ardennen was er niks bij. Terwijl we wachtten op de laatste vaarder, veranderde in één klap de snel stomende rivier weer in een slome sloot. Niet te geloven. Volgens omstanders maalt dat gemaal meestal maar een kwartier; dit afhankelijk van de waterstand.

Verder ging de tocht voorspoedig. Jos en Mary  brachten ons tot de Stierop waarna onze wegen scheidden. Het was veel drukker dan op de heenweg, want de vloot plezierbootje was uitgevaren. 

Tekst: Tiny en René

Foto’s: Mary